Door Wouter de Vries
Nadat NRC.nl op 12 oktober een artikel plaatste over ritalin-gebruik onder studenten, ging de sneeuwbal rollen. Ook andere media schreven over het onderwerp. FHJ Factcheck onderzocht de zaak en concludeert: belangrijke feiten werden verdraaid of weggelaten.
‘Zeven procent studenten gebruikt ritalin voor plezier’, kopte NRC.nl op maandag 12 oktober. Het artikel presenteert cijfers van een onderzoek dat is uitgevoerd door afstuderend economiestudent Tjebbe van Meeteren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Sommige studenten zouden het ADHD-medicijn ritalin slikken voor betere studieprestaties en voor recreatief gebruik. De student stuurde zelf een persbericht over zijn onderzoek naar verschillende kranten. Het werd door NRC.nl opgepakt en de volgende dag ook – enigszins gewijzigd – gepubliceerd in nrc.next en NRC Handelsblad.
Het onderzoek
Allereerst viel het lage aantal respondenten op: ‘slechts’ 130 studenten van de universiteiten van Rotterdam, Utrecht, Amsterdam en de Nyenrode Business Universiteit werden ondervraagd. De meesten hiervan waren economiestudent. FHJ Factcheck vroeg zich af: Is dat representatief?
“Ik had eerst ook mijn twijfels, maar ik heb het onderzoek ingezien en had er een goed gevoel bij”, zegt journaliste Frederiek Weeda (NRC Handelsblad), schrijfster van het artikel. Zij sprak de begeleidend hoogleraar van de student. “Die vond het ‘goed werk’. Ik vertrouw er dan op dat het een degelijk onderzoek is.” De uitspraak van de professor stond niet in het artikel op de site, maar wel in het (later gepubliceerde) stuk in NRC Handelsblad van dinsdag.
Het aantal ondervraagde economiestudenten werd zowel door Weeda als student Van Meeteren groot genoeg gevonden om te spreken van een doorsnee van alle studenten van de vier universiteiten. “Binnen statistiek en economie kun je berekenen hoeveel mensen voor zo’n onderzoek nodig zijn. Je mag in dit geval aannemen dat het er genoeg zijn”, stelt Van Meeteren.
Op de vier universiteiten zitten samen – naar schatting van de universiteiten – ongeveer 80.000 studenten. In het boek De kern van survery-onderzoek (Korzilius, 2000) staat dat de steekproefomvang dan minstens 381 moet zijn.
Rob Eisinga, hoogleraar kwantitatieve methoden en technieken aan de Radboud Universiteit Nijmegen noemt het onderzoek ‘onbetrouwbaar’. “Om met 95 procent zekerheid deze conclusie te kunnen trekken is de ondervraagde groep te klein. Daarnaast zijn vooral economiestudenten ondervraagd terwijl het aantal ritalin-gebruikers kan variëren bij andere groepen studenten.”
Van Meeteren zegt voor economiestudenten gekozen te hebben omdat hij ‘de gelegenheid niet had om ook andere groepen te onderzoeken en de professoren en het systeem bij economie kende’. Later geeft hij ook toe dat als het onderzoek onder een andere groep was gedaan er een ander percentage uit had kunnen komen.
De verdraaiing
Van Meeteren zegt aan de telefoon dat hij alleen constateert dat ritalin op deze vier universiteiten gebruikt wordt. Toch stond er in het persbericht dat hij naar de kranten stuurde dat hij een indicatie had van het ritalingebruik onder studenten in heel Nederland. Dat werd wel enigszins genuanceerd door te benadrukken dat het maar om 130 ondervraagde personen ging. NRC had het dan ook alleen over studenten aan de vier universiteiten.
Andere media die over het onderzoek schreven niet. Persbureau Novum bijvoorbeeld maakte er ‘heel Nederland’ van. “Ik geef toe dat het niet zo breed getrokken had mogen worden”, stelt Roelf Jan Duin, schrijver van het Novum artikel dat werd geplaatst op onder meer Nu.nl en de websites van Trouw, De Pers en De Telegraaf. Het verscheen ook op studenten- en gezondheidswebsites. Zelfs Radio 538 en Editie NL brachten het verhaal alsof zeven procent van alle studenten in Nederland aan de ritalin zitten.
“De telefoon stond roodgloeiend”, vertelt Van Meeteren. Zijn universiteit maande hem voorzichtig te zijn met alle media-aandacht. Perswoordvoerder René Quist geeft aan dat normaal gesproken alleen promotieonderzoeken worden gepubliceerd en geen afstudeerscripties. “Het gaat hier om een student wiens scriptie nog beoordeeld moet worden, die zijn niet per definitie wetenschappelijk correct.”
Dat het een afstudeerscriptie betrof, werd niet altijd duidelijk in de diverse media. Het was ofwel: ‘Een onderzoek van de Erasmus Universiteit…’, of: ‘Een econoom heeft onderzocht…’ Terwijl het ging om een scriptie van een 24-jarige student. Journaliste Weeda begrijpt de verdraaiingen wel. “Veel media die het van ons of van persbureaus overnemen controleren niet altijd goed de feiten.”
De feiten
In het NRC-stuk stond overigens nog een getal dat opviel: ‘Vorig jaar slikten in Nederland ongeveer 200.000 kinderen ritalin of concerta’ (een ander ADHD-medicijn). Tweehonderdduizend kinderen? Weeda geeft aan dit cijfer te hebben verkregen van het SFK (Stichting Farmaceutische Kengetallen). Maar een telefoontje met Ronald van der Vaart van SFK levert heel andere getallen op: in 2008 waren in totaal 94.000 gebruikers van ADHD-medicijnen waarvan 65.000 jongeren (0-20 jaar). Dit komt overeen met cijfers uit een ANP-bericht van 23 juni 2009. “Het aantal van 200.000 kinderen uit het artikel komt mij niet bekend voor”, stelt Van der Vaart.
Nog een onderzoek
Terwijl FHJ Factcheck dit onderwerp natrok, verscheen in de Volkskrant een bericht dat ook het tijdschrift Revu en de website studenten.net een enquête hadden gehouden onder bijna vijfduizend studenten over drugsgebruik. Opvallend: 63 personen gaven aan ritalin te slikken zonder medische reden. Dat is iets meer dan één procent. Dit wijkt sterk af van de eerdergenoemde zeven procent in dit artikel.
Conclusie
De NRC deed een te stellige bewering op basis van een onderzoek onder een beperkte categorie studenten. Naar onze indruk is dit te mager om te stellen dat zeven procent van de studenten aan de vier universiteiten ritalin gebruikt voor niet-medische redenen. Andere media deden onvoldoende onderzoek en hadden het over alle studenten in Nederland. Maar als de sneeuwbal eenmaal rolt, is er vaak geen houden meer aan. En ook in de NRC is niet elk cijfer altijd correct.
Bronnen:
Tjebbe van Meeteren (Erasmus Universiteit in Rotterdam)
Frederiek Weeda (NRC Handelsblad)
Rob Eisinga (hoogleraar kwantitatieve methoden en technieken aan de Radboud Universiteit Nijmegen)
René Quist (persvoorlichter Erasmus Universiteit Rotterdam)
Ronald van der Vaart (Stichting Farmaceutische Kengetallen)
Hi,I can send Ritalin:
hinterleitner81@gmx.at
lg