Elf dagen van ongeloof, desillusie en deceptie

Door Theo Dersjant

Drie weken, zes studenten. De opdracht: achterhaal of er iets ‘rammelt’ aan berichten in de media en doe verslag van je bevindingen op een weblog. Tijd voor enkele voorzichtige conclusies. ,,Je ontdekt dat journalisten vaak niet de tijd hebben of nemen om informatie die ze binnenkrijgen eerst te checken voor publicatie. Lezers hebben dat echter niet in de gaten.’’ Over ongeloof, ontnuchtering en desillusie.

Zes vierdejaars studenten van de Tilburgse journalistenopleiding schreven zich in voor een periode ‘factchecken’. Voor de opleiding was het ontleden van mediaberichten net zo nieuw als voor de studenten. Een proef, heette het dan ook. Twee weken zouden studenten dagelijks hun tanden in mediaberichten zetten. Om tot de bodem uit te zoeken of feiten kloppen. Op dit weblog zouden de bevindingen worden gepresenteerd.

Het liep iets anders. Na een paar dagen vroegen de studenten al om een extra week. Omdat de woensdagen gereserveerd zijn voor ander onderwijs, bleven er in die drie weken in totaal elf werkdagen over.

Ook de opzet dat studenten een hele dag met een onderwerp bezig zouden zijn, moest worden losgelaten. Uiteindelijk hebben de zes (die ook nog eens geteisterd werden door ziekte) in die elf dagen verslag gedaan van 21 ‘kwesties’. Gemiddeld dus een dag of twee per student per onderwerp.

En achteraf is dat niet zo vreemd. Nogal wat woordvoerders en voorlichters die benaderd moesten worden, zaten middenin een hausse van media-aandacht. Zo bleken persvoorlichters bij de ‘Connexxion-affaire’ in Gouda lang onbereikbaar.

Ochtendvergadering
Eerst over de werkwijze. Die was simpel. ‘s Morgens om tien uur verzamelden de factcheckers zich voor een korte vergadering. Ze werden geacht op dat moment al kennis te hebben van wat een aantal dagbladen, radio, tv en internet aan opmerkelijke berichten bracht. In de ochtendvergadering werden onderwerpen aangewezen waar vraagtekens bij gezet werden. Vanwege vreemde cijfers, onduidelijke bronnen of onbeantwoorde vragen. Met begeleidende docenten werd meteen ook de aanpak besproken. Wie zou benaderd moeten worden voor het betreffende onderwerp?

Om vier uur ‘s middags volgde weer een meeting. Nu om te inventariseren wat de telefoontjes hadden opgeleverd. Eventueel werden vervolgvragen geformuleerd. Als het onderwerp ‘rond’ was, volgde een stuk voor het weblog.

En dat betekende dat er bij voorbaat berichten werden uitgekozen waar op het eerste gezicht iets aan mankeerde. En dus was het misschien helemaal niet zo vreemd dat zoveel artikelen niet bleken te kloppen.

Al meteen de eeste dagen van de proef, vielen de studenten van hun stoel van verbazing: met alle onderwerpen die ze in de kraag pakten, bleek wel iets mis. Een student verzuchtte al na een paar dagen: “Klopt er dan echt helemaal niks?” Was hier sprake van toeval? Of van iets ergers?

Veel onderzoeken
Veel onderwerpen waar de studenten achteraan gingen, betroffen onderzoeken. Wie er een beetje op let, valt op dat de Nederlandse pers blijkbaar wordt bestookt met enquetes, polls, peilingen, trendonderzoeken, uitslagen van ‘representatieve steekproeven’ en hoe het allemaal maar mag heten. Een simpel telefoontje naar de organisatie die zo’n bericht verspreidde leerde al snel of er een beetje deugdelijk was bericht.

De voorzichtige conclusie mag luiden dat de gemiddelde Nederlandse journalist ofwel geen kaas heeft gegeten van het beoordelen van ‘onderzoeken’, ofwel er geen kaas van gegeten wil hebben. In opmerkelijk veel gevallen die op de redactietafel van de factcheckers kwamen, publiceerden journalisten ‘blind’ de informatie die hen was opgestuurd door belanghebbende organisaties.

De factcheckers weten nu dat ze niet alles voor waar moeten aannemen. Hoe betrouwbaar was de steekproef? Om hier nog beter tegen gewapend te zijn, zou een college over statistiek welkom zijn bij de volgende editie van het project. Wat wel is opgevallen: journalisten nemen zelden de moeite om de onderzoeken op te vragen die achter het persbericht zitten. Hadden ze dat wel gedaan, dan zouden sommige berichten absoluut niet in de kranten zijn verschenen.

Zielige scholieren
Andere conclusies: berichten waar een luchtje aan zit, kom je verhoudingsgewijs vaker tegen in de gratis dagbladen en De Telegraaf dan in de andere kranten. En als je bij spannende verhalen echt op zoek gaat naar de harde feiten, vallen je als lezer/factchecker soms de schellen van de ogen. Treffend voorbeeld: de zielige scholieren die in de Amsterdamse metro bruut zouden zijn beroofd van hun tas vol cadeaus voor een doodzieke klasgenoot. Voorpaginastuk van De Telegraaf, gebaseerd op één bron: een van de slachtoffertjes. De factcheckers ontdekten dat er uiteindelijk niet veel meer aan de hand was, dan dat de scholieren na een woordenwisseling in de metro hun tas waren vergeten. Nog een mooie: de kale feiten achter het besluit van Connexxion om geen bussen meer door de Goudse wijk Oosterwei te laten tijden. Het incident dat kennelijk de druppel was, vond niet eens in de wijk plaats. En welke incidenten de emmer voordien hadden gevuld, weet niemand.

“Weinig te vragen”
Terug even naar die onderzoeken. Meer dan eens vroegen de factcheckers ook aan de verzenders van persberichten of ze nog door journalisten waren benaderd. In sommige gevallen bleek dat totaal niet het geval. Hetgeen in één geval de voorlichter deed opmerken: “Dan liet ons persbericht blijkbaar weinig te vragen over”.

De factcheckers vroegen ook steeds aan de instantie die ofwel zelf het onderzoek deed, ofwel opdracht ertoe gaf, om inzicht in de opzet van het onderzoek. Ofwel de simpele vraag: mogen wij het onderzoek inzien? In opmerkelijk veel gevallen bleek het onderzoek zelf ‘geheim’.

En dat is vreemd. Want journalisten blijken meer dan bij uitzondering ‘feiten’ te publiceren die ze totaal niet kunnen controleren. Amerikaanse kwaliteitsmedia hanteren het uitgangspunt dat bekend moet zijn wie opdrachtgever van een onderzoek is, dat bekend moet zijn wie het betaalt en dat inzicht in methode en data mogelijk moet zijn om een oordeel te kunnen vellen over de betrouwbaarheid. Daaruit kun je de regel afleiden dat wanneer er geen toegang is tot het onderzoek, journalisten het onderwerp in de prullenbak zouden moeten gooien.

Een simpele regel. Die in het overgrote deel van de gevallen niet wordt nageleefd. En dat leidt tot de simpele vaststelling dat de pers zichzelf erg kwetsbaar maakt voor manipulatie met cijfers.

Sterker: waarom zou een bedrijf nog veel geld uitgeven aan duur onderzoek, als je de enquête ook in een persbericht bij elkaar kunt fantaseren. Een reden te meer om op z’n minst inzage in het onderzoek te eisen (of anders het onderwerp niet te publiceren).

Basale fouten
Een volgende vaststelling is dat veel journalisten niet in staat zijn een goed oordeel te vellen over onderzoeksmateriaal. Als aan een enquête driehonderd mensen deelnamen, zegt dat op zich wel iets, maar niet alles. Als een vragenlijst naar twintigduizend mensen was verstuurd en er dus sprake is van een enorme nonrespons, zegt dat ook iets over de betrouwbaarheid van onderzoek.

Kortom: dagelijks maken journalisten basale fouten. Schromen ze niet andere media over te schrijven zonder bronnen te checken. Laten zich dagelijks onzin op de mouw spelden door een leger aan communicatiemanagers.

En natuurlijk roept dan iedere journalist dat er helemaal geen tijd is om alles te checken, zoals de zes Tilburgse dat konden. Sterker: dat riepen de zes studenten zelf ook. Maar het gaat per dag slechts om een handjevol ‘dubieuze’ berichten waarbij het de moeite loont eens wat dieper te graven. Iedere journalist zou een neus moeten ontwikkelen voor dergelijke ‘corrupte’ berichten.

“Desillusie”
De zes studenten evalueerden op hun laatste ‘werkdag’, vrijdag 19 september, de achterliggende periode. ,,Na drie weken factchecken weet je zeker dat lang niet alles waar is wat in de krant staat.’’
,,Dacht je vroeger nog: dat zal wel kloppen. Nu weet je dat je bij alles wat je leest, je moet afvragen of het wel klopt. Dat is wel een desillusie.’’
,,Je ontdekt dat journalisten vaak niet de tijd hebben of nemen om informatie die ze binnenkrijgen eerst te checken voor publicatie. Lezers hebben dat echter niet in de gaten.’’

De zes vinden dat iedere student journalistiek tijdens zijn opleiding zou moeten factchecken. Misschien zou het studenten wel twee of drie keer moeten worden aangeboden in de vier jaar dat ze op de opleiding rondlopen. Het zet journalisten in spe aan tot denken, wantrouwen.
Ze hebben er allen veel van opgestoken. ,,Je kijkt nu niet alleen anders naar de kranten die je leest, je denkt zelf ook twee keer na voordat je iets opschrijft. Je eigen stukken zullen er dus beter van worden.’’

“Niet weer De Pers!”
De begeleidend docenten concludeerden dat de neiging groot is artikelen bij de kop te nemen uit dagbladen. Daar immers kun je feiten nog eens herlezen en nog een derde keer doornemen, voordat je ontdekt dat er iets vreemds aan de hand is. Bij radio en tv is dat soms wat lastiger.
Binnen de groep dagbladen waren het vooral de gratis kranten die vrachten onderzoeksmateriaal aandroegen. Zelfs in zo’n mate, dat de factcheckers in de derde week riepen: “Nee he, alsjeblieft niet weer De Pers!” Het bleek lastig om het vizier wat te richten op tijdschriften en audiovisuele media.

Overigens bleken er voldoende onderwerpen om uit te zoeken. Sterker: er zijn nogal wat kwesties wegens tijdnood blijven liggen. Zoals die enquête waaruit zou blijken dat een meerderheid van de Nederlanders er voorstander van is dat er in Uruzgan wordt ‘doorgevochten’. De enquête blijkt afkomstig van het German Marshall Fund, een organisatie om het ‘Atlantisch denken’ te promoten. Is dat een betrouwbare bron (Nogal wat bestuuders van deze organisatie zouden een relatie hebben met de CIA)? Temeer omdat uit andere enquêtes een heel andere mening van Nederlanders blijkt. Wie het eens wil proberen, mag zich uitgenodigd voelen deze zaak op te pakken.

En deze: Nederlanders zouden bereid zijn een euro per maand te betalen voor een schoon toilet op het bedrijf waar ze werken. Blijkt uit… een enquête van een schoonmaakbedrijf.

En zo valt er nog heel wat te checken. En dat gaan we in de toekomst ook doen. Want het is de bedoeling dat FHJ Factcheck nu even verdwijnt. Maar we willen terugkomen met een permanente weblog. Omdat leerzaam, lol en nut hier hand in hand gaan. Want boven alles is factchecken uiteindelijk ook gewoon spannend en leuk.

FHJ Factcheckers tijdens de ochtendvergadering. Rechts docent Carl Mureau.

FHJ Factcheckers tijdens de ochtendvergadering. Rechts docent Carl Mureau.

Advertisements

11 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

11 Reacties op “Elf dagen van ongeloof, desillusie en deceptie

  1. Pingback: Favorieten en bookmarks voor 18 September tot 20 September | Cafe del Marketing

  2. Paul

    Belangwekkend onderzoek, waarvoor hulde !
    Mijn verbazingen ? :

    Dat jullie verbaast zijn.
    Dat een dergelijk onderzoek nieuw is.
    Jullie onbekendheid (?) met de corporate journalistieke etiquette in de US.
    Jullie complete team van staf en leraren, dat zij dit van jullie moesten leren………

    Veel succes bij de voortgang !
    met vriendelijke groet, Paul.

    PS
    Er zijn ook,kleinere, niet corporate, media in de US.
    Iemand maakt er dagelijks een selectie uit:
    Informationclearinghouse.com

  3. Pingback: jasperwiet.be » Blog Archive » Blind

  4. L.P.B. Habets

    Het is een algemeen bekend feit dat De Telegraaf er een spelletje van maakt om artikelen aan te dikken. Dit deed het vroegere AD trouwens ook. AD heeft aan kwaliteit gewonnen, puur omdat het andere dagbladen opkocht. Niet meer, niet minder. Dat de gratis bladen vage en/of dubieuze artikelen plaatsten, daar had ik al een vermoeden van. Het factchecken (of in beter Nederlands: het natrekken van feiten) verdient zeker een vaste plaats in de journalistieke opleidingen.

  5. Britt

    Wat een geweldige school opdracht.
    Heb met veel interesse (en verbazing) alle artikelen gelezen.

  6. Zie de treffende reactie van Henk op dit verhaal van Henk op http://www.denieuwereporter.nl/?p=1832

    De factchecker gefactchekt:

    # Henk
    september 22nd, 2008 at 1:17 pm

    Theo toch. Je verwijt kranten dat ze artikelen schrijven op basis van dubieuze onderzoeken, en dat verwijt onderbouw je met een onderzoek dat zélf alle kanten rammelt.

    Gratis kranten publiceren vaker berichten met een luchtje dan betaalde kwaliteitskranten, schrijf je. En dan vooral De Pers – ‘Niet weer De Pers!’

    Nieuwsgierig naar de feiten achter die conclusie keek ik op jullie website (goed hè!). Ik zag twintig artikelen over berichten met luchtjes: onder meer twee uit De Pers, 2,5 uit Metro, twee uit Spits, twee van het ANP, 1,5 uit de Telegraaf, eentje van Elsevier, en ook een van de Volkskrant en Elsevier.

    Op basis van die cijfers is het al opmerkelijk om alleen De Pers er uit te lichten – feitelijk onjuist, want Metro wordt vaker genoemd, en Spits en het ANP even vaak.

    Maar zelfs als je dat erbij zou zetten klopt er geen hout van. Want zeg nou zelf: vind je jullie ‘onderzoek’ representatief? Slechts twintig onderwerpen, die je studenten ook nog eens zelf uit mochten kiezen (op basis van de kranten die ze op eigen initiatief hadden gelezen). n=20 is sowieso al niet sterk, maar zeker met die aselecte trekking kun je met goed fatsoen geen conclusies trekken.

    Zou het bijvoorbeeld kunnen dat je studenten meer gratis dagbladen lezen dan betaalde kranten? Elk leesonderzoek laat zien dat studenten nauwelijks nog betaalde kranten lezen, en ik neem aan dat jouw pupillen net mensen zijn. Dus stel nou dat het overgrote deel geen betaalde krant heeft en voorafgaand aan jouw redactievergadering in de trein Metro, Spits en De Pers leest – dat ze dan vaker met onderwerpen uit gratis kranten aan de slag gaan en daar dus ook meer fouten aantreffen is dan niet zo opmerkelijk, toch? De gedeelde koppositie van het ANP (hofleverancier van Metro, Spits en het onder jouw studenten waarschijnlijk veelgelezen nu.nl) is zo ook makkelijk te verklaren.

    Maar omdat jij dat voor het gemak even vergeet krijg je reacties als die van Mark Deuze, hierboven:

    ‘Ben benieuwd naar de reactie van de gratis dagbladen. was het alleen De Pers (die zichzelf toch duidelijk in de markt zet als het “kwaliteitsmerk” onder de gratis-concullega’s), of ook DAG, Metro, en Spits? waarmee heeft dit te maken: te kleine redacties, te weinig investering in eigen reportages, teveel – met alle respect – stagiaires en juniorverslaggevers die te makkelijk persberichten overtikken of voorlichters geloven?’

    Er worden alweer oorzaken gezocht, terwijl niet is aangetoond dat er een probleem is. Mark Deuze moet dus een keertje feiten gaan checken, niet zo makkelijk suffe analyses overtikken en hogeschoolleraren geloven. En het lijkt me netjes als jij, Theo, de bovenstaande onzin rectificeert of er duidelijk bij zet dat je conclusies niet nergens op gebaseerd zijn.

    En voor een volgende keer (want het idee vind ik wél leuk): als je zo’n onderzoek goed wilt doen moet je een tijdlang élk bericht uit een krant nabellen. Dus een groepje op de Volkskrant zetten, een groepje op de NRC, op de Telegraaf, op De Pers, op Metro. Alles checken, minstens een week, foutmarge berekenen, dan kom je in de buurt.

    Heel veel succes daarmee!

  7. Theo Dersjant

    @Henk: Jouw telling bevestigt alleen maar onze conclusie: dat er veel stukken uit gratis kranten bij waren. Daar komt nog bij dat sommige kwesties vanwege de tijd niet zijn ‘afgemaakt’. Ook daar zaten stukken van de freesheets bij. De verzuchting van een van de studentes is eerder een illustratie dan een statistische constatering. Al begrijp ik best dat je in dit land op gevoelige tenen gaat staan bij zo’n opmerking.
    Voor de duidelijkheid: het was niet het doel noch de opzet om een onderzoek te doen naar de vraag WELKE kranten de meeste fouten maken. Dan zou er inderdaad een andere methode zijn gekozen. Doel is het studenten te leren op zoek te gaan naar de bron en op die manier zicht te krijgen op mechanismen in de pers. Om eens een understatement te gebruiken: dat lijkt me vrij goed gelukt.
    Zelf doe ik dit soort onderzoekjes al jaren. Eerst voor een boek, daarna voor De Leugen Regeert en momenteel voor gebruik in het onderwijs. Ook mijn conclusie luidt dat er wel heel erg gemakkelijk gaten te schieten zijn in sommige berichten (dus niet in alle) van de gratis media.
    De factcheckende studenten namen ’s morgens kennis van een waaier aan media. Toegegeven: het Friesch Dagblad en de Barneveldse Krant zaten daar (onder andere) niet bij. Representatief is het dus niet. Nogmaals: dat was ook niet de bedoeling en dat wordt ook niet beweerd.

  8. Mooi en ongemeen boeiend project! Zou meer navolging mogen krijgen, zeker ook hier in België.

  9. Pingback: FHJ Factcheck tijdelijk inactief « – FHJ Factcheck –

  10. Iman Duin

    DIt is nog eens journalistiek! Ik ben zelf student aan de school voor journalistiek in Utrecht en ik vind de resultaten van jullie onderzoek echt schokkend. Eigenlijk zou een weblog als dit veel meer bekendheid moeten genieten. Een weblog dat dagelijks door veel mensen bezocht wordt en waarvan de redactie journalisten die de fout in gaan met voornaam en het initiaal van de achternaam (net als bij criminelen) plus het medium waarvoor die journalist werkt noemen. Journalisten moeten echt bang worden en hopelijk gaan ze hun werk dan wel een keer doen. Ik hoop over een maand afgestudeerd te zijn. Wellicht dat ik me gewoon dagelijks ga bezighouden met het checken van journalisten. Kennelijk is het nodig! 😉

  11. Pingback: Favorieten en bookmarks voor 18 September tot 20 September - Polle de Maagt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s