Drie weken vrolijk prijsschieten

Door Bart Gotink

Er zijn weer drie Factcheck-weken voorbij. Drie weken feiten controleren, maar het leek soms meer op prijsschieten. Want wat was het gemakkelijk om bij de dagelijkse stroom aan journalistieke producten verhalen te vinden met dubieuze bronnen of gebaseerd op vage onderzoeken. Bij de woorden ‘steeds meer’ of ‘heel veel Nederlanders’ gingen de ‘factcheck-haren’ al overeind staan. Het blijkt kinderlijk eenvoudig voor belangengroepen om de krantenkolommen te halen, als je maar allerlei onderzoeksuitslagen de wereld in slingert. Ook alles dat grappig is, hoeft schijnbaar niet te kloppen. En hoe een onderzoek in elkaar zit? Als de uitkomst leuk is, lijkt het niet zo van belang.

Van veel van de verhalen bleef na een telefoontje of twee dan ook weinig over.

En dan ben je stiekem toch weer blij.
Blij, omdat er weer een leuk stuk op de weblog komt.
Blij, omdat je weer een verhaal volledig lek geprikt hebt.
Blij, omdat je wel de goede informatie boven tafel hebt gekregen.
Kortom: blij, zoals een journalist blij is als hij weer een goed verhaal heeft gevonden.

Toch blijft er van die blijdschap weinig over als je alles nog eens overdenkt. Want dan komen de vragen. Kun je wel blij zijn als er soms zo laconiek met feiten wordt omgesprongen? Waarom vertrouwt een journalist dit soort bronnen en onderzoeken? Is ludiek echt een reden om een loopje met de waarheid te nemen? Waar is een eindredactie, die na het verwijderen van spelfouten zichzelf ook eens afvraagt of de bron wel te vertrouwen is? Of de feiten kloppen?

Schuld van de eindredactie
Tweeëntwintig zaken onderzochten we in die drie weken en de verhalen waarbij alles klopte, zijn op één hand te tellen. Als je de journalisten vervolgens zelf om een reactie vraagt, krijg je vaak dezelfde redenen te horen voor de fouten. Zo is er de eindredactie, die meer fout dan goed lijkt te doen. Bronnen worden geschrapt uit artikelen, koppen te dik aangezet. Het was allemaal de schuld van de eindredactie.

Maar ook kregen we als reden dat de berichten ‘te ludiek waren om tot in detail uit te zoeken’, want ‘het gaat tenslotte toch om de beleving?’ Alsof een lezer zijn krant koopt, op dezelfde manier als het nieuwe pocketalbum van Garfield. Niks van waar, maar het is toch leuk?

En dan is er natuurlijk tijdgebrek, dat blijkbaar de zorgvuldigheid om zeep helpt.

Klopte er dan nooit wat? Jawel. Makelaars lijden echt onder de kredietcrisis, zoveel werd wel duidelijk nadat we het bericht hadden uitgezocht. Maar het was een uitzondering. En natuurlijk kun je geen conclusies trekken over het waarheidsgehalte van de kranten naar aanleiding van de weblog. We kiezen tenslotte alleen berichten waar we zelf al onze vraagtekens bij hebben. En natuurlijk zijn er zat media die (zo goed als) ontbreken op onze weblog, omdat ze waarschijnlijk zorgvuldiger te werk gaan. Maar ondanks dat blijkt bij zo ongeveer elk bericht dat we oppakten, wel iets niet helemaal te kloppen. Echt verrast daarover was ik niet, mede door de vorige groep. Onthutsend is het wel.

Geen behoefte aan een reactie
We kregen in deze periode ook te maken met een weigerende journalist. De eindredacteur van Netwerk liet weten geen behoefte te hebben aan een reactie, nadat hij onze vragen had gelezen. Vragen die gingen over feitelijke onjuistheden en het niet toepassen van hoor en wederhoor. Nee, Netwerk vond ‘de vragen zoals door jou geformuleerd niet echt van een drang het verhaal van onze kant te horen maar je vooroordelen op basis van je gesprekken met de andere betrokkenen bevestigd te zien’. Alsof feiten goed vermelden en het toepassen van hoor en wederhoor opeens een mening is, die niet door Netwerk wordt gehuldigd.

En dat brengt mij op transparantie. Juist een punt waar onze weblog om draait en waar de journalistiek ook om zou moeten draaien. Je zou als journalist je productie te allen tijde moeten kunnen verdedigen. Misschien zelfs wel moeten willen verdedigen. Altijd uiteen moeten kunnen zetten waarom je een verhaal op een bepaalde manier maakt. Transparantie moet een prioriteit zijn binnen de journalistiek. En natuurlijk kun je fouten maken bij je producties. Het blijft mensenwerk. Maar ook dan zou je als journalist de eerste moeten zijn om te erkennen dat er iets niet klopt aan je verhaal.

Voor onze weblog zijn alle kanten van het verhaal nodig. Dat geeft ons inzicht in de werkwijze en de gebruikte cijfers. In dit geval was dus ook de reactie van Netwerk nodig. Ons doel was nooit de reportage van Netwerk om zeep te helpen. Net als dat het doel van de weblog niet is om journalistieke producties tot de bodem toe af te branden. Wel om ze kritisch onder de loep te nemen. Simpel te kijken wat ervan klopt. En als je dan al je bevindingen op een rij zet, kun je niet anders dan met kritische vragen komen. Tenslotte heb je als factchecker op het moment dat je de journalist benadert, slechts een kant van het verhaal gehoord. En een journalist die zelf schijnbaar niet tegen kritische vragen kan? Nou ja…

Een doodeenvoudige vraag
Terug naar transparantie. Een van onze laatste artikelen, over het mogelijk plagiaat van Het Financieele Dagblad, viel misschien wat buiten ons werkveld. Het leverde desalniettemin bijzondere resultaten op, en eigenlijk maar één doodeenvoudige vraag. Waarom geen bron vermelden als je door een ander artikel ‘medegeïnspireerd’ bent? Eén verwijzing in het artikel naar de Daily Press is dan al genoeg om dit soort problemen te voorkomen. Of raakt dat aan de eer van de journalist zelf? Is het moeilijk om te vertellen dat je het onderzoek niet zelf verrichtte, maar dat je citeert uit een onderzoek van één of andere buitenlandse professor?

Geregeld haalden de factcheckers in de afgelopen periode zelf de media. De Volkskrant schreef over het initiatief, Radio 5 hield een rondetafelgesprek over missers in de journalistiek, De Leugen Regeert zond een item uit naar aanleiding van onze bevindingen en interne Fontysmedia schreven erover.

Deze aandacht zorgt er mede voor dat de weblog door een steeds grotere groep mensen wordt gevolgd. Het is dan ook zonde dat onze groep studenten er weer mee ophoudt en de weblog weer even stilligt. Want als één ding na zes weken factchecken duidelijk lijkt te worden, dan is het wel dat de behoefte aan zo’n weblog permanent is. De behoefte aan een weblog als waakhond, van de waakhond van de samenleving.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Reactie op “Drie weken vrolijk prijsschieten

  1. Beste Bart,

    Het blijft een prijzenswaardig idee en het wordt goed uitgewerkt. Als het enigszins past neem ik verwijzingen naar jullie mee op de Recent pagina van http://www.hansmelchersfonds.com, de website van het gelijknamige Fonds.
    Zoals je terecht signaleert kennen niet alle journalisten het uitgangspunt dat de feiten moeten kloppen, en, misschien nog erger, staan ze nauwelijks open voor kritiek op hun vakmatig handelen. Kritiek heet al snel: aantasting van de persvrijheid. De gemiddelde journalist steekt z’n energie liever in de strijd voor bronbescherming dan in het controleren van z’n feiten.

    groeten,

    Hugo Arlman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s