Recenseren: er is hoop

Door Karlijn van Gageldonk, Guus Benkers, Simone van den Heuvel en Tim Geurts

dorresteinVan recensenten mag worden verwacht dat ze een puntige, onderbouwde opinie formuleren over een besproken werk. Maar hoe zit het met de feiten? Kloppen die wel altijd? Vier factcheckers gingen in op het verzoek van uitgeverij Contact om van het laatste boek van Renate Dorrestein, alle recensies op feitelijke (on)juistheden te scannen. De conclusie: van een stuk of vijftien artikelen blijken er slechts drie helemaal vrij van foutjes. Vier recensies vertonen grotere mankementen.

Ditmaal werd FHJFactcheck benaderd door uitgeverij Contact. Het laatste boek van Renate Dorrestein,is er hoop, was in de ogen van de uitgeverij een nieuw bewijs voor de stelling dat recensenten vooral ook slordig zijn. Contact betwijfelde bovendien of recensenten wel altijd het volledige boek lezen voordat ze hun mening erover op papier zetten. Aan de hand van dit boek en de daarover geschreven recensies keken de vier factcheckers of de feitelijke onjuistheden inderdaad in groten getale opdoken.

Allereerst de conclusie. Die is genuanceerd. Er moet een tweedeling gemaakt worden in lange en korte recensies. FHJFactcheck bezag 42 publicaties over het boek. Een flink aantal betrof korte aankondigingen. Die bevatten allemaal min of meer dezelfde, vermoedelijk uit een persbericht komende, informatie, waarmee maar weinig fout kon gaan.

In de langere recensies zijn de verschillen groter. De feitelijk goede en feitelijk onjuiste recensies wisselen elkaar sterk af en ook de grootte van fouten is verschillend. Zo werden er in HP/De Tijd bijvoorbeeld twee gebeurtenissen over meerdere dagen uitgesmeerd die in het boek op dezelfde dag vallen en wordt er gesproken van Renate Dorresteins 23e boek terwijl enkele andere kranten en tijdschriften het wel goed hebben als ze het over haar 22e boek hebben. In Klik is van het personage Jolie, Julie gemaakt en zowel volgens De Gooi- en Eemlander editie Gooi & Vechtstreek en het Friesch Dagblad heet de vorige roman van Dorrestein Zolang er leven is. Dit klopt niet, want in 2006 verscheen nog Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor van haar hand en in 2007 kwam Echt Sexy nog uit.

Grote missers
Voor zover de slordigheidsfoutjes, die dus in de meeste recensies wel opdoken. Echt grotere missers werden er gemaakt in vier artikelen. Te beginnen met de recensie van Jeroen Vullings in Vrij Nederland. In deze recensie begint het al met de kop. “Onder Mongolen”, staat er groot boven het artikel. In het vervolg van het stuk laat Vullings bovendien regelmatig het woord ‘mongool’ vallen in combinatie met hoofdpersonage Igor. Probleem is dat Igor met de beste wil van de wereld geen mongool genoemd kan worden. Zwakzinnig of verstandelijk beperkt: vooruit, maar mongool, nee! Frits van Exter, hoofdredacteur van Vrij Nederland, die bij afwezigheid van de zieke Jeroen Vullings commentaar geeft, is het niet eens met deze conclusie. “Wij kunnen niet anders dan vaststellen dat u meent dat iemand met een IQ van zestig geen mongool genoemd mag worden. Ik weet niet of dat een feit is. Ik denk eerder een kwestie van smaak waarbij de recensent de vrijheid heeft genomen om de term mongool te gebruiken zoals die ook wel eens in de spreektaal wordt gebruikt.” Volgens de Van Dale is er echter pas sprake van een mongool als de persoon het downsyndroom heeft. Dit is in het geval van Igor niet het geval.

Het is niet de enige feitelijke onjuistheid in de recensie. Zo schrijft Vullings over Dorresteins boek: “Aardig is hoe ze een eerdere roman hervat. In Hart van steen (2004) werd baby Babette door haar ouders en hun vrienden per ongeluk achtergelaten in een weide na een picknick, waarna ze verdween.” Maar de roman die met is er hoop hervat wordt heet Zolang er leven is. Bovendien stamt Hart van Steen niet uit 2004 maar uit 1998. Vermoedelijk heeft Vullings ook zelf deze fout ontdekt want in de recensie op de internetsite van Vrij Nederland is dit inmiddels hersteld.

Tot slot is er nog de passage aan het einde van de recensie waarin Vullings schrijft: “Als de genaaste baby weer ‘poep gaat spuiten’ op de schoot van de compleet onberekenbare Igor, laat hij haar op de grond vallen, ‘want het is wel duidelijk dat sommige baby’s het er gewoon om doen.’” Ook dit klopt niet, leert nalezen van het betreffende gedeelte. Igor denkt er alleen over om de baby ‘als hij weer gaat spuiten’ te laten vallen maar hij brengt deze gedachte nooit tot uitvoering.
VN-hoofdredacteur Frits van Exter laat in een eerste reactie weten het met deze conclusie niet eens te zijn. “Nogmaals, wij kennen het boek niet, maar volgens u staat er op pagina 145 o.a. ‘dan staat hij op en laat hij haar op de grond vallen.’ Daaruit wordt ons niet duidelijk dat hij dat slechts dreigt te doen. Integendeel.” Aangezien het een lastige zinsconstructie betreft waarbij snel lezen kan leiden tot meerdere interpretaties hebben wij de passage voor de zekerheid nog eens samen met neerlandicus Frans Schaars bekeken. Hierna kunnen wij niet tot een andere conclusie komen dan dat Igor de baby toch echt niet laat vallen. In een tweede reactie zegt Van Exter dat hij onze bewering dan “voor kennisgeving aanneemt”.

Slordig
Ook in NRC Handelsblad en nrc.next (dezelfde recensie) worden enkele aanwijsbare blunders gemaakt. Zo schrijft recensent Janet Luis in het stuk. “Alleen de wijze Stanley heeft van meet af aan door hoe de vork in de steel zit, maar hij houdt zijn vermoedens voor zich.” Een conclusie die de FHJ Factcheckers allesbehalve delen. Sterker nog, op pagina 268 van het boek vinden we zelfs een citaat waarin de betreffende Stanley juist uitlegt dat hij geen idee had van wat er allemaal speelde. In een reactie geeft Janet Luis aan inderdaad misschien wat kort door de bocht te zijn gegaan met haar conclusie over Stanley. “Hij heeft het behoorlijk snel door, tenminste, hij vertrouwt Lisa niet. Maar het is inderdaad wat cru gezegd. Het was beter geweest om te zeggen dat hij wantrouwen koestert wat betreft Lisa.” Verder wordt in de recensie nog beweerd dat hoofdpersoon Igor en zijn vriendin geen kranten lezen en geen televisie kijken. Wederom een rare conclusie aangezien Igor grote delen van het boek weinig anders doet dan iedere avond voor de tv zitten. Ook hier geeft Luis toe een beetje te slordig te zijn geweest. “Dit is niet helemaal juist. Ze kijken alleen maar soaps. Ik had moeten zeggen, ze kijken niet naar het nieuws.”

De recensie in Quinta door Tjerk de Reus is de volgende waar het nodige op valt aan te merken. Vooral de passage waarin De Reus de scheiding in het boek tussen moeder en dochter beschrijft komt totaal niet overeen met de daadwerkelijke inhoud. Daar waar De Reus het over een dochter (Jolie) heeft die haar moeder (Nettie) welbewust de rug toekeert en haar baby (Igor) bij haar achterlaat, gaat dit in het boek beduidend anders. Daar keert Jolie haar kind en moeder helemaal niet welbewust de rug toe maar wordt ze tot haar woede gedwongen uit de ouderlijke macht ontzet. Tjerk de Reus zelf durft zo lang na het schrijven van de recensie niet te zeggen of hij het nog steeds eens is met dit gedeelte van zijn recensie. “Ik dacht dat het zo zat. Misschien zou ik er nog steeds achterstaan, als ik het opnieuw zou lezen. Je hebt allerlei situaties die je samenvat en moet typeren. Het kan zijn dat ik me hier vergist heb, maar dat kan ik zo niet zeggen.”

Vervolgens wordt in de recensie gezegd dat hoofdpersoon Igor ‘zo’n twintig jaar oud’ is als hij verkering krijgt met Lisa. In werkelijkheid is hij 24 jaar oud als Lisa en hij verliefd op elkaar worden. De Reus vindt dit echter geen misser. “Het is in feite niet fout. Vierentwintig is ‘zo’n twintig jaar’. Iedereen heeft zijn eigen stijl, het ligt aan je karakter of aard hoe je omgaat met formuleringen. De ene zal letterlijk vierentwintig zeggen, de ander maakt er zo’n twintig jaar van.”

Hoofdredactie
Tot slot komt De Reus op de proppen met een citaat dat helemaal niet in het boek terug te vinden is. Hij heeft het over een advies van een vriend aan oma Nettie als hij schrijft: “Jij laat het maar waaien, grijpt niet in en bepaalt niet wat goed of kwaad is voor je imbeciele kleinzoon.” In eerste instantie is De Reus het niet met onze constatering eens. “Als ik citeer, dan doe ik dat heel letterlijk. Het irriteert me dat ik het niet kan vinden, maar het staat wel in het boek,” laat De Reus weten. Enig zoeken later belt hij terug. Volgens hem ligt de fout bij de eindredactie van Quinta. De Reus geeft aan dat hij een scène in het boek in eigen woorden had omschreven en dat de eindredactie hier aanhalingstekens omheen plaatste. Een lezing die enige dagen later wordt bevestigd door Jeanet van der Linden, de eindredacteur van Quinta. Zij geeft als reactie. “Ik zie inderdaad in het origineel geen aanhalingsteken en in het document na eindredactie wel. Als je het zo leest, klinkt het ook als een citaat. Het is eigenlijk een heel oppervlakkige reden, heel basic. Volgens het stijlboek van Quinta horen wij citaten tussen aanhalingstekens te zetten. Of het nou een citaat uit het boek is, of wanneer iemand iets zegt.”

Als laatste is er nog de recensie in het Friesch Dagblad en Het Goede Leven door Douwe de Vries. Hij schrijft dat Stanley de enige man is die een rol speelt in de roman. Waarom hij hoofdrolspeler Igor of Jack, de baas van de sociale werkplaats niet als mannen beschouwd worden, is onduidelijk. De vreemdste fout in de recensie van Douwe de Vries is de passage over het weerzien tussen moeder Nettie en dochter Jolie. De Vries schrijft hierover: “Jolies reactie op de toenaderingspoging van haar moeder Nettie is voorspelbaar. Hoe kan een moeder die in haar leven de ene fout op de andere stapelde, nu wel haar zaakjes op orde hebben? Nee, ze zijn er alleen maar op uit hun macht te laten gelden ten koste van het welzijn van de kinderen.” Hoe De Vries dit uit het weerzien tussen moeder en dochter heeft kunnen halen is een raadsel. Het enige wat Dorrestein in is er hoop over het weerzien schrijft is namelijk hoe de inmiddels psychische verwarde dochter Jolie haar moeder toeschreeuwt dat ze haar kind heeft gestolen. Iets wat ze overigens tegen iedere vrouwelijke voorbijgangster roept.

De Vries vertelt dat de fouten vooral op zijn eigen leeservaring gebaseerd zijn. “Ik heb dat weerzien gecombineerd met de flashbacks waarin Jolie voorkomt, die Dorrestein niet voor niets heeft toegevoegd. Zoals ik het lees, vindt Jolie dat haar moeder er alleen op uit is om haar macht te laten gelden. Zo zie je dat de ene leeservaring verschilt van de andere. Dat is maar goed ook. Recensenten hebben niet de waarheid in pacht. Hun interpretatie hoeft niet dezelfde te zijn als die van de lezer van het boek.” De Vries refereerde op eigen initiatief nog aan een andere fout, die FHJFactcheck in meerdere artikelen tegenkwam. “Ik noem het boek Zolang er leven is haar vorige roman. Dit klopt niet, er zijn meerdere boeken uitgebracht in de tussentijd. Het had moeten zijn: in een vorige roman.”

Goed werk
Ons onderzoek leert gelukkig bovendien dat er, zij het weinig, recensies zijn waarop niets aan te merken valt. Fleur Speet van FD Persoonlijk is één van de recensenten die wel met een feitelijk volkomen juiste recensie kwam. Zij vindt het leuk dat zij heelhuids door de factcheck kwam, maar herkent wel het gegeven van feitelijke onjuistheden in recensies. Ze snapt de frustratie bij Uitgeverij Contact dan ook wel. “Auteurs staan machteloos. Ze moeten toezien hoe hun boek wordt verminkt door recensenten. Ze kunnen er ook niets tegen doen want als ze er tegenin gaan dan worden ze zelf slachtoffer.”

Andere uitgevers
Om te kijken of ook andere uitgeverijen de kritiek van Uitgeverij Contact en Speet delen belde FHJFactcheck ook andere uitgevers met de vraag of zij zich storen aan feitelijke onjuistheden in recensies. Allereerst moet gezegd dat tot onze verbazing veel uitgeverijen niet wensten mee te werken aan het onderzoek en anderen zelfs gewoonweg niet reageerden. Bij de uitgevers die wel meewerkten blijkt van irritatie geen sprake. Uitgeverij Prometheus laat in een reactie weten zich ‘niet te herkennen’ in het geschetste beeld en Uitgeverij Atlas sluit zich hier bij monde van Marjet Knake bij aan. “Het zal vast wel eens voorkomen, maar het is niet zo dat dit ons erg opvalt. Ik zou zo geen voorbeelden weten.”

Tot slot dan nog de reactie van schrijfster Renate Dorrestein zelf op de bevindingen van de factcheckers. “Wat is het oordeel van een recensent waard als het op zoveel slordigheden gebaseerd is? Het lijkt misschien spijkers op laag water zoeken, maar recensenten geven geen waarheidsgetrouwe weergave van de feiten. Dat kan leiden tot een verkeerd beeld van het boek. Waardoor lezers zullen denken: dit boek wil ik niet lezen.”
De schrijfster van is er hoop vindt de reactie van de uitgeverijen nog het meest opmerkelijk. Dorrestein: “Interessant dat niemand dit probleem tegenkomt. Ik heb namelijk geen collega-schrijver die niet klaagt over het functioneren van de literaire kritiek. Blijkbaar hechten hun uitgevers te veel belang aan ‘een goede relatie’ met de kritiek, zelfs als die onder de maat is, om hier uitspraken over te doen.” Dorrestein vindt dat dit uitgevers medeverantwoordelijk maakt voor het voortbestaan van slordige recensies. “Iedereen zucht erover, maar niemand doet er iets aan. Dit onderzoek is de eerste stap naar een discussie over de kwaliteit en het functioneren van deze beroepsgroep. Literair recensenten zijn journalisten. Zij zouden de feiten waarheidsgetrouw weer moeten geven. Over Willem Alexander mogen ook geen feitelijke onjuistheden worden gepubliceerd in de krant. Waarom over een boek dan wel?”

Samenvattend moge het duidelijk zijn dat wij van FHJFactcheck tijdens het vergelijken van het boek en de recensies meerdere keren verbaasd zijn achtergebleven. Natuurlijk is dit slechts op basis van één boek, wat weinig wil zeggen over recensies in het algemeen. De bevindingen in bovenstaand artikel kunnen logischerwijs dan ook niet als algemene conclusies gezien worden. Zeker omdat het om recensies van een boek ging waarbij de kans op fouten groot was, aangezien de uitgeverij zelf al aangaf zich te storen aan de vele feitelijke onjuistheden. Een herhaling van de proef, maar dan met een ad random gekozen boek, lijkt dan ook voor de hand te liggen. Het laat echter onverlet dat in de 42 publicaties over is er hoop, waarvan de bulk bovendien kort of interview was, de feitelijke onjuistheden en feitelijk onjuiste interpretaties met regelmaat opdoken.

De cijfers:
In totaal bekeken de vier studenten 42 publicaties, 15 daarvan waren korte aankondigingen, in 8 gevallen ging het om interviews en 4 vielen onder het kopje ‘overige’ (stukjes over bijeenkomsten tussen lezers en Dorrestein, een lezersrecensie en een interview met haar over katten).
Bleven over: 15 lange recensie. Op 12 daarvan hadden de factcheckers wel wat aan te merken. Dan resteren er drie min of meer foutloze recensies. Het ging daarbij om de Volkskrant, het Algemeen Dagblad en de al in het stuk opgevoerde recensie van het FD Persoonlijk.

Bronnen:
Frits van Exter (Vrij Nederland)
Renate Dorrestein
Marjet Knake (Uitgeverij Atlas)
Uitgeverij Prometheus
Uitgeverij Contact
Fleur Speet (FD Persoonlijk)
Douwe de Vries (Friesch Dagblad en Het Goede Leven)
Tjerk de Reus (Quinta)
Janet Luis (NRC Handelsblad, nrc.next)

Advertisements

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

3 Reacties op “Recenseren: er is hoop

  1. Pingback: Factchecken: is er hoop? « Mijn afstudeerblog

  2. Pingback: Recensies en journalistiek. Feiten en fictie. Jeroen Vullings. « literaire kritiek, internet, social media, boekenbranche

  3. Pingback: NEW - Bex*blog » Blog Archive » Feiten zijn niet heilig voor journalisten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s