Zijn niet-bevoegde docenten onbevoegd?

Door: Fiona Waddell

Brabants Dagblad“Uit cijfers van het Ministerie van Onderwijs blijkt dat in 2007 ongeveer een kwart van alle leraren in het voortgezet onderwijs niet bevoegd was (24 procent). In 2006 was dat nog 22,6 procent.” Dit schreef journaliste Miriam van den Brand dinsdag 3 november 2009 in het Brabants Dagblad. Ook andere media publiceerden over dit onderwerp. FHJ Factcheck vroeg zich af: zijn de docenten die niet bevoegd zijn, onbevoegd? En zijn ze daarmee dus ook niet bekwaam om leerlingen goed les te geven?

Rekenfoutje
Het onderzoek van FHJ Factcheck startte bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W). Op de website van dit ministerie staat de Nota Werken in het Onderwijs 2010. Hierin wordt de mate van bevoegdheid op het niveau van de lessen weergegeven;


2007
– 76,0 procent van de docenten in het Voortgezet onderwijs zou bevoegd zijn
– 7,1 procent benoembaar
– 16,9 procent onbevoegd of benoembaar op grond van artikel 33.3. In dit artikel staat dat scholen lessen mogen laten verzorgen door docenten die niet voldoen aan de benoembaarheidseisen.

2006

– 77,4 procent van de docenten in het Voortgezet onderwijs zou bevoegd zijn
– 5,6 procent benoembaar
– 16,9 procent onbevoegd of benoembaar op grond van artikel 33.3

Het blijkt dat Miriam van den Brand ‘benoembaar’ en ‘onbevoegd of benoembaar op grond van artikel 33.3’ bij elkaar heeft opgeteld. In eerste instantie kwam FHJ Factcheck erachter dat zij een rekenfoutje maakte; 5,6 en 16,9 is namelijk 22,5 procent en niet 22,6 procent. De grote vraag blijft echter of men deze twee categorieën wel bij elkaar mag optellen.

Onbevoegd
Om tot de goede cijfers te komen is het belangrijk de goede definitie van alle termen te begrijpen. Van den Brand legt in het artikel uit wat ‘onbevoegd’ betekent;:“Het gaat bijvoorbeeld om studenten die hun opleiding nog moeten afmaken of docenten die een ander vak geven dan waarvoor ze een bevoegdheid hebben. Ook zij-instromers en docenten met een tweedegraads bevoegdheid die in de bovenbouw van havo/vwo lesgeven vallen onder die categorie.” Als dit werkelijk de betekenis van onbevoegd is kloppen de cijfers. FHJ Factcheck zocht het uit. De goede betekenis van ‘onbevoegd’ is volgens het Ministerie van OC&W “wanneer een docent onbevoegd les geeft en geen onderwijsbevoegdheid heeft of van wie de bevoegdheid in de onderzoeksgegevens niet kan worden vastgesteld.”

Benoembaar
‘Benoembaar’ is volgens hetzelfde ministerie wanneer een leraar een verklaring over het gedrag heeft en niet door een rechter is uitgesloten van het geven van onderwijs. “Soms zijn leraren ook benoembaar als zij nog niet bevoegd zijn maar wel een leraar in opleiding (LIO) of een zij-instromer zijn, als zij volgens de uitzonderingen van de wet tijdelijk onbevoegd mogen werken.” (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2009). Francien Berndsen van onderzoeksbureau Regioplan, waar het Ministerie van OC&W haar cijfers vandaan heeft, vertelde dat de categorieën ‘benoembaar’ en ‘onbevoegd of benoembaar op grond van artikel 33.3’ niet bij elkaar mogen worden opgeteld. Alleen de docenten die vallen onder de tweede categorie zijn uitsluitend onbevoegd.

Mensen uit het ‘veld’
FHJ Factcheck legde die zienswijze voor aan Van den Brand. Zij bevestigt dat ‘benoembaar’ officieel niet ‘onbevoegd’ is en de cijfers inderdaad niet bij elkaar mogen worden opgeteld. “Ik heb gekozen om het wat simpeler te maken, omdat de mensen uit het veld de docenten die ‘benoembaar’ zijn, wel ‘onbevoegd’ noemen,” aldus Van den Brand.

De volgende fase in het onderzoek van FHJ Factcheck vond daarom plaats bij mensen uit het ‘veld.’ Als eerste werd gesproken met Robert Sikkes van de Algemene Onderwijs bond (AOb), omdat Van den Brand hem ook als bron gebruikte. Hij vertelt dat een docent die ‘benoembaar’ is niet ‘onbevoegd’ hoeft te zijn. “Benoembaar kan wel onbevoegd zijn, maar het hoeft niet,” aldus Sikkes. Ook Rian Visser, persooneelsfunctionaris, van het Elde College in Schijndel, zegt dat wanneer een docent ‘benoembaar’ is, deze wel degelijk bevoegd is les te geven. “Onder ‘benoembaar’ vallen docenten die bevoegd zijn of in ieder geval een verklaring over het gedrag hebben,” aldus Visser. Coördinator onderwijs en studentenzaken van het Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden (IVLOS) Marlou Tulfer vertelt ook dat wanneer een docent ‘benoembaar’ is, hij aan de eisen voldoet die een bedrijf stelt en dus bevoegd is om les te geven. Wanneer men alle termen op een juiste manier duidt is er geen stijging van het aantal onbevoegde docenten in 2007 ten op zichten van 2006. Dit aantal is juist gelijk gebleven. Namelijk 16,9 procent van de docenten valt werkelijk onder de categorie onbevoegd.

Lerarentekort
Tevens vertelt Robert Sikkes van AOb in het artikel in het Brabants Dagblad dat er een groeiend lerarentekort is. Rian Visser van het Elde College en Teja Bodewes van actiegroep Leraren in Actie beamen dit. “Er is geen onderzoek naar gedaan, maar wij zien dat er een lerarentekort is,” aldus Bodewes. In de Nota Werken in het Onderwijs 2010 staat dat er in het Voortgezet onderwijs afgelopen schooljaar juist minder openstaande vacatures waren dan voorgaande jaren. In schooljaar 2007/2008 waren er 530 openstaande vacatures en in schooljaar 2008/2009 waren er 250 openstaande vacatures. Hieruit kan men opmaken dat er dus een daling van het lerarentekort in het Voortgezet onderwijs is, anders zouden er wel meer vacatures open staan. “Uit de cijfers blijkt dat er een daling van het lerarentekort is,” aldus Berndsen. De mensen uit het ‘veld’ zijn het hier niet mee eens. Zij vertellen dat er wel degelijk een groeiend lerarentekort is.

Conclusie
Het is niet eenvoudig, want alle termen kunnen voor een chaos zorgen, maar om er achter te komen of er inderdaad meer onbevoegde docenten voor de klas staan en of er een groeiend lerarentekort is, heeft het toch zin deze termen goed te duiden. Wanneer men dat doet, blijkt dat het aantal onbevoegde docenten in 2006 en 2007 gelijk is gebleven en niet is gestegen, zoals uit de cijfers van het Brabants Dagblad kan worden opgemaakt. Het artikel in het Brabants Dagblad klopt dus niet. “Ik heb de termen inderdaad niet goed begrepen, daar zal ik de volgende keer beter op letten,” verzekert Van den Brand FHJ Factcheck.

Opmerkelijk is dat het aantal onbevoegde docenten in het Voortgezet onderwijs in 2008 wel is gestegen. Na het verschijnen van het bewuste artikel werden deze cijfers gepubliceerd. Hieruit blijkt dat in 2008 18,3 procent van de docenten onbevoegd is.

Bronnen
Van den Brand, M. (2009) 5 Vragen over bevoegde leraren, Brabants Dagblad, p.7
Rijksoverheid, (september 2009) Nota Werken in het Onderwijs 2010 Internet: http://bevoegd.minocw.nl/ (geraadpleegd op 4 november 2009)
Francien Berndsen (Regioplan)
Teja Bodewes (Leraren in Actie)
Miriam van den Brand (journaliste van Wegener NieuwsMedia)
Robert Sikkes (Algemene Onderwijs bond)
Marlou Tulfer (coördinator onderwijs en studentenzaken van het Interfacultair Instituut voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Studievaardigheden)
Rian Visser (personeelsfunctionaris van het Elde College te Schijndel)

Advertisements

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s