Onderzoeksmethodiek ‘leest niet lekker’

Door Frans Raaijmakers

Een opmerkelijk bericht in Sp!ts van 10 november. “Allochtone student vreest ‘domme klusjes’ op leerplek.” In het artikel beschrijft redactrice Margreet van Beem hoe allochtone studenten minder positieve verwachtingen van hun toekomstige stageplek hebben dan autochtone leerlingen. Dat blijkt uit een stageonderzoek van FNV Jong. De onderzoeksmethodiek en het aantal respondenten worden niet vermeld. FHJ Factcheck zocht naar de feiten.

Al snel wordt duidelijk dat het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksinstituut YoungVotes, dat onderdeel is van De Vos en Jansen Marktonderzoek. Het is verricht in opdracht van FNV Jong. Volgens het onderzoek, dat in handen is van FHJ Factcheck, namen in totaal 561 mensen deel aan een vragenlijst op internet. “Deze vragenlijst stond twee weken online, in oktober, en is afgenomen onder Nederlandse scholieren. Het zijn allen unieke respondenten”, zo laat medeonderzoeker Marc Johnston weten.

Niet over gerept
Over bovenstaande informatie wordt niet gerept in het artikel van Van Beem. Net zoals er niet wordt gesproken over het aantal allochtone deelnemers. Uit het onderzoek – Jongeren en stage in Crisistijd genaamd – komt naar voren dat 79 niet-westerse allochtonen de vragenlijst invulden. Sp!ts vermijdt tevens het woord ‘niet-westers’. Storend, omdat alleen de term ‘allochtoon’ niet de gehele lading dekt.

Verder is het artikel ook enigszins suggestief, zo oordeelt Cindy van Summeren, docente ‘onderzoek’ aan Fontys Hogeschool Journalistiek. “De intro suggereert immers dat een groot deel van de allochtonen domme klusjes op de leerplek vreest. Uit het artikel blijkt echter dat dit maar voor 17 procent van de niet-westerse allochtonen geldt. De redactrice interpreteert het op haar eigen manier”, aldus Van Summeren. “Of dit onderzoek representatief is? Dat ligt er een beetje aan hoe de verdeling naar opleidingsniveau is”, voegt ze eraan toe.

Verdeling doelgroep
Die verdeling is enigszins scheef. In het onderzoek wordt namelijk onderscheid gemaakt tussen de middelbare school, het MBO, het HBO en het WO. De grootste groep scholieren bestaat volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek uit scholieren van de middelbare school, gevolgd door het MBO, het HBO en het WO. Die rangschikking komt niet in het onderzoek tot uiting, aangezien de meeste respondenten van het HBO afkomstig zijn, gevolgd door het MBO.

Johnston legt uit: “We hebben gekeken naar het aantal leerlingen dat stage heeft gelopen of gaat lopen. Dan verandert de doelgroep. Het is gebruikelijk dat je op de middelbare school nog geen stage loopt, dat verklaart waarom er zo weinig middelbare scholieren aan het onderzoek hebben deelgenomen. Waarom middelbare scholieren dan wel het onderzoek in konden vullen? Zij gaan wel eens op snuffelstage, dat tellen we ook mee.”

Gebrek aan transparantie
Het is dan ook vooral het gebrek aan transparantie wat storend is. De journaliste vermeldt immers niets over de onderzoeksmethode. De cijfers in het artikel komen overigens wel overeen met die in het onderzoek. En FNV Jong-voorzitter Jeroen de Glas is ook ‘correct geciteerd’. “En dat gebeurt niet altijd even goed”, voegt De Glas eraan toe. “Of ik de kop suggestief vind? Kijk, voor ons is het belangrijk dat we weer zichtbaar zijn en de lezers informeren. Het doel, de aandacht, is bereikt. Verder is het artikel niet opruiend. En de mensen die alleen de kop lezen en daar hun oordeel op baseren, lezen eigenlijk geen krant. Daarvoor moet je het gehele artikel lezen.”

Niet de eerste
Dan naar redactrice Van Beem. Allereerst licht zij de kop, ‘Pessimisme over stage’, toe. “In het artikel worden drie redenen aangehaald waaruit blijkt dat het minder florissant gaat met allochtonen en hun stage (Ze verwachten minder snel een stageplek te vinden, ze hebben minder positieve verwachtingen van de stage en ze vrezen domme klusjes op de leerplek, FR). Daaruit heb ik mijn conclusies getrokken en zo ben ik aan die kop gekomen”, verduidelijkt Van Beem.

En op de vraag waarom zij geen onderzoeksmethode in het artikel zet, antwoordt de Sp!ts-redactrice: “Ik heb dat er niet ingezet, omdat het niet lekker leest. Mensen houden dan als het ware op met lezen. Soms zetten we de methode er wel bij en soms niet. Daar is geen apart beleid voor. Verder trekt de FNV aan de bel met dit onderzoek, maar ze zijn niet de eerste. Voor hen is al een hele rij onderzoeken geweest, die geven hetzelfde beeld. Het is niet iets wat deze enquête als eerste heeft vastgesteld. Maar het leuke van dit onderzoek is, dat hieruit blijkt dat het pessimisme al begint bij het zoeken naar een stageplaats. Dat is nieuwswaardig. Verder kunnen mensen bij het lezen van dit artikel bij zichzelf nagaan of zij het wel goed aanpakken.”

Daarnaast heeft de journaliste het woord ‘niet-westers’ gemeden. Zij gebruikt derhalve alleen het woord ‘allochtoon’. “Dat komt omdat het een beetje een rare definitie is. Amerikaanse allochtonen worden bijvoorbeeld wel gezien als westerse allochtonen. Surinamers en Antilianen dan weer niet. En je mag ook een beetje aannemen dat de lezers wel snappen dat het niet om bijvoorbeeld Duitsers gaan. Overigens heb ik het woord ‘niet-westers’ wel een keer in het artikel gebruikt, volgens mij.” Dat laatste blijkt niet het geval.

Conclusie
De cijfers en citaten kloppen, zo bevestigen het onderzoek en FNV Jong-voorzitter De Glas. Waar FHJ Factcheck over viel, was het gebrek aan de vermelding van de onderzoeksmethode en het woordje ‘niet-westers’. Daarop laat journaliste Van Beem weten dat de onderzoeksmethodiek ‘soms wel en soms niet wordt vermeld’. In dit geval leest het niet lekker en heeft het onderzoek niet de primeur met deze resultaten, vindt de redactrice. De definitie van niet-westerse allochtonen vindt ze een beetje vreemd. “Amerikaanse allochtonen worden bijvoorbeeld wel gezien als westerse allochtonen. Surinamers en Antilianen dan weer niet.” Wel dacht ze het woordje ‘niet-westers’ in haar artikel gebruikt te hebben, maar dat bleek niet het geval.

Bronnen
Marc Johnston, onderzoeker
Cindy van Summeren, specialiste in statistieken en onderzoeken
Centraal Bureau voor de Statistiek
Onderzoek ‘Jongeren en stage in crisistijd’
Jeroen de Glas, FNV Jong-voorzitter
Margreet van Beem, redactrice Sp!ts

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Reactie op “Onderzoeksmethodiek ‘leest niet lekker’

  1. yara

    ‘Allereerst liGt zij de kop toe’?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s