Kind drinkt vaker schoonmaakmiddelen

Door Nick Struik

Dagblad Sp!ts meldt op dinsdag 18 mei dat kinderen vaker schoonmaakmiddelen drinken. Het bericht is geschreven naar aanleiding van een meting van de Stichting Consument en Veiligheid en de lancering van een nieuwe campagne ‘Kinderen zien de dingen anders’.

De Stichting Consument en Veiligheid heeft een vijfjaarlijks onderzoek waar uit naar voren komt dat er per jaar ongeveer zevenduizend ongelukken gebeuren met huishoudchemicaliën. De laatste meting was van 2002 tot 2006. Bij meer dan de helft van alle ongelukken gaat het om kinderen van onder de vijf jaar.

Willemien Grootendorst, medewerker van de communicatieafdeling van de Stichting Consument en Veiligheid, zegt dat het onderzoek wordt gedaan naar aanleiding van cijfers die haar organisatie krijgt van alle Nederlandse ziekenhuizen.

“We hebben een directe lijn met de ziekenhuizen en krijgen zo alle cijfers over opnames binnen die met vergiftiging te maken hebben. Daarnaast krijgen we gegevens over de leeftijd, het geslacht en de soort vergiftiging binnen,” zegt Grootendorst.

“De campagne is opgezet omdat er nog veel ongelukken gebeuren met kinderen. Het is vooral als de ouders bezig zijn met schoonmaken en even afgeleid worden door een deurbel of een telefoon die overgaat. Een kind ziet dan de felgekleurde fles met schoonmaakmiddel en wil kijken wat er in zit. Met de nieuwe campagne ‘Kinderen zien de dingen anders’ willen we de ouders bewust maken van de gevaren en zorgen dat ze ook tijdens het schoonmaken rekening houden met het feit dat ze met chemicaliën omgaan,” aldus de communicatiemedewerkster.

Daarnaast krijgen huishoudchemicaliën nieuwe etiketten die moeten voldoen aan de Europese normen. Dit was ook een aanleiding om de campagne op te zetten. In 2017 moeten alle EU landen dezelfde etiketten gebruiken voor chemische huishoudartikelen.

Onderzoek NVIC
Volgens de Stichting Consument en Veiligheid zijn er jaarlijks ongeveer zevenduizend ongelukken met huishoudproducten. Bij meer dan de helft van de ongevallen gaat het om kinderen onder de vijf jaar, meldt Sp!ts. Om dit te controleren heeft FHJ Factcheck contact opgenomen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Deze organisatie houdt jaarlijks bij hoeveel acute en chronische vergiftigingen er voorkomen. Dit doet het RIVM via de afdeling Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC).
“Wij hebben uitsluitend cijfers over de informatieverzoeken die het NVIC ontvangt en bijvoorbeeld niet over het aantal ziekenhuisopnames als gevolg van vergiftigingen. In onze database slaan wij enkele gegevens op over de informatieverzoeken, zoals patiëntgegevens (geslacht, leeftijd, enz.) en productgegevens,” zegt Henneke Mulder-Spijkerboer van het NVIC.

Ieder jaar worden deze gegevens gepubliceerd in het jaarverslag. Hierin zijn ook gegevens te vinden over vergiftigingen met huishoudelijke producten. De laatste publicatie bevat de jaarcijfers van 2008.

Mulder-Spijkerboer meldt wel: “Belangrijk om te beseffen, is dat de informatieverzoeken die het NVIC ontvangt niet per definitie blootstellingen betreffen die leiden tot gezondheidseffecten. Het zijn potentiële vergiftigingen, waarmee een hulpverlener geconfronteerd wordt en waarover deze het NVIC om advies vraagt. Daarnaast ontvangt het NVIC niet van elke vergiftiging een melding. Er bestaat in Nederland namelijk geen meldingsplicht wat betreft (potentiële) vergiftigingen. Echter, vanwege het grote aantal meldingen dat het NVIC jaarlijks ontvangt, geven die aantallen wel goed het voorkomen en ontwikkelingen van (potentiële) vergiftigingen weer.”

Jaaroverzicht
In het jaaroverzicht 2008 van het NVIC staat dat er 5851 informatieverzoeken over huishoudmiddelen en doe-het-zelfproducten, waarvan 5441 via de Informatietelefoon. Dat deze middelen vaak, ondanks de waarschuwingen op de verpakking, binnen het bereik van kinderen komen, blijkt uit het grote aandeel van jonge kinderen in het aantal gemelde intoxicaties door deze middelen. In bijna alle gevallen van vergiftigingen is de helft of meer een kind van nul tot en met vier jaar (zie figuur 17).

Maar de vraag is of kinderen inderdaad vaker schoonmaakmiddelen drinken dan de afgelopen jaren het geval was. In figuur 18 is een overzicht te zien van het aantal meldingen van vergiftigingen in 2006 tot en met 2008 voor kinderen tot en met twaalf jaar. Exacte aantallen zijn er niet te zien maar een ruwe schatting levert de volgende resultaten op. In 2006 waren er ongeveer 2300 meldingen, in 2007 ongeveer 2500 en in 2008 circa 2200. Een exorbitante stijging is niet waarneembaar. Het schommelt hoogstens wat op en neer, waarbij wel een duidelijke stijging is te zien in de vergiftiging door middel van vaatwastabletten.

Wel of geen stijging
Zoals het kader van het NVIC jaaroverzicht al meldt worden jonge kinderen relatief vaak blootgesteld aan huishoudmiddelen. Het enige breekpunt is echter of het ook waar is dat kinderen steeds vaker het slachtoffer worden van vergiftigingen. Duidelijke cijfers geeft de Stichting Consument en Veiligheid niet. Uit de cijfers van het NVIC blijkt zelfs dat er in 2008 een lichte daling van het aantal vergiftigingen is. Maar deze is zo klein dat er niet echt sprake is van een noemenswaardige stijging of daling in het aantal ongevallen, de cijfers golven wat op en neer.

Volgens Willemien Grootendorp gebeuren er jaarlijks ongeveer zevenduizend ongelukken waarbij het in ongeveer vierduizend gevallen gaat om kinderen onder de vijf jaar. Het gaat hierbij om mensen die zijn behandeld op de eerste hulp. Of er ook sprake is van een stijging in het aantal ongelukken kan ze echter niet zeggen. “We hebben nog geen exacte cijfers omdat we eens per vijf jaar alle gegevens bundelen tot een onderzoek. Het volgende onderzoek ligt rond 2012 klaar. Recente cijfers kunnen we dus niet geven. Of het aantal ongelukken toeneemt kunnen we dus niet zwart op wit zeggen. Een feit is wel dat er gewoon schrikbarend veel ongelukken gebeuren met kinderen en dat we daar ouders op moeten attenderen met deze actie”.

Conclusie
Een duidelijke conclusie kan dus niet gegeven worden. Het NVIC maakt gebruik van andere gegevens dan de Stichting Consument en Veiligheid. Waar het NVIC informatieverzoeken over vergiftiging bij elkaar legt, krijgt de Stichting Consument en Veiligheid cijfers over opnames in de eerste hulp. Hierdoor zijn de cijfers niet gelijk en kan er maar deels een vergelijking worden gemaakt.
Wel is het zo dat Willemien Grootendorp zegt dat ze de exacte cijfers niet tot haar beschikking heeft. Een stijging in het aantal ongelukken met kinderen kan dus moeilijk worden aangetoond. Belangrijker is dat er een groot aantal kinderen slachtoffer is van vergiftiging en dat daar een speciale campagne voor is opgezet.

Bronnen
Sp!ts
Willemien Grootendorp – medewerkster van communicatieafdeling Stichting Consument en Veiligheid
Henneke Mulder-Spijkerboer – woordvoerdster van het NVIC
Jaaroverzicht 2008 van NVIC

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s