Berichtgeving over gluren in 1960

Door Jasper van Bladel

Gluren in 1960. Daarvoor wordt oud-bisschop Jo Gijsen nu beschuldigd van seksueel misbruik. Hij ontkent. Hoe gaan de media om met deze beschuldiging? 

De combinatie Jo Gijsen en seksueel misbruik valt voor het eerst in NRC Handelsblad van woensdag 15 september. In een uitgebreid artikel wordt de oud-bisschop van Roermond misbruik in de schoenen schuiven.

Gijsen zou in het Limburgse seminarie Rolduc een destijds dertienjarige jongen hebben begluurd terwijl deze aan zelfbevrediging deed. En dat met enige regelmaat. Een andere oud-leerling beweert dat Gijsen in de jaren 1952-1955 regelmatig in bed stapte bij leerlingen. Gijsen ontkent alles. In het NRC: “Ik kan dat niet geweest zijn. De klager kwam in 1959 naar Kleinseminarie. Ik was dat jaar op Grootseminarie Rolduc. Pas in 1960 ben ik plaatsvervangend prefect geworden op het Kleinseminarie Rolduc. Hij vergist zich waarschijnlijk in het gezicht, als hij al werkelijk iets gezien heeft. Ik kan me niet voorstellen dat het gebeurd is.” 

Hoe reageren de andere media op dit nieuws? Want het is het zoveelste geval van seksueel misbruik binnen de kerk. Baseren de media hun berichtgeving op feiten en blijven ze objectief? Een belangrijke vraag is ook: wordt Gijsen door alle berichtgeving niet bij voorbaat schuldig bevonden? 

Zoals gesteld was NRC Handelsblad de oorsprong van dit nieuws. Alle berichtgeving daarna is gebaseerd op het artikel uit die krant. De strekking en basis zijn in veel gevallen hetzelfde. 

De feiten worden gerespecteerd. Tenminste, in de meeste artikelen. Waar het in de berichtgeving wel aan schort is de argumentatie van de oud-bisschop. Want hij was, volgens eigen zeggen, niet op die plek in dat jaar. En sommige media melden dat hij ontkent, maar niet waarom. Als lezer wil je graag weten waarom hij ontkent. Dat is een essentiële vraag die  onbeantwoord blijft. 

Enkele media vallen op. Zo brengt BN/DeStem dit artikel. 

De ontkenning van Gijsen wordt niet vermeld. Uiteraard mist zijn argumentatie dan ook. Het blijkt een bericht te zijn van het ANP, dat ons laat weten dat in hun oorspronkelijke bericht de ontkenning wel was opgenomen. 

De redactie van BN de Stem: “Dit is zeker niet bewust gebeurd. Het moet een fout zijn, als in het oorspronkelijke ANP-bericht de ontkenning wel aanwezig is. Het is helaas niet na te gaan wie dit bericht op de site heeft geplaatst. De internetreactie opereert los van de krantenredactie.” 

Een ander opvallend bericht kwam van AD.nl. In dat bericht worden de feiten gerespecteerd, maar vallen de kop en het fotobijschrift op. David van der Heden van het AD: “Oorsprong van het bericht is inderdaad NRC Handelsblad. Het is niet zeker dat hij het echt gedaan heeft. Daarom heb ik de kop ‘Oud-bisschop begluurde masturberende leerling’ tussen aanhalingstekens gezet. In het fotobijschrift is het volgens mij duidelijk dat het gaat om de woorden van de klager. Daarom staat er ook ‘zou’. Aanhalingstekens zijn daar niet nodig, wat mij betreft.”  

Omdat het oorspronkelijke nieuws van NRC Handelsblad komt, vraagt FHJ Factcheck aan schrijver Joep Dohmen wat hij ervan vindt dat andere media hun berichtgeving op zijn verhaal gebaseerd hebben. En of hij vindt dat ze dat zorgvuldig gedaan hebben. Dohmen: “Ik heb het niet gevolgd, maar als het nieuws elders is gebracht zonder weerwoord van Gijsen lijkt me dat niet goed.” 

In het oorspronkelijke artikel staat overigens ook een foutje, dat door alle andere media overgenomen is. Gijsen is 77 jaar oud, terwijl in NRC (en de anderen) wordt gemeld dat hij 78 is. FHJ Factcheck vraagt Joep Dohmen om een reactie op die fout: “De leeftijd, ik denk een rekenfout.” Gijsen is 7 oktober jarig en intussen dus wel 78. 

Doordat de andere media deze fout ook in hun stuk hebben staan valt mooi te zien waar zij hun nieuws vandaan hebben gehaald.

Naast de feiten heeft deze kwestie nog een andere kant. De ethische. Wordt Gijsen niet bij voorbaat schuldig verklaard door de media en hun berichtgeving? Op de website van het Reformatorisch Dagblad verscheen dit commentaar.

Het Reformatorisch Dagblad zegt in dit commentaar dat de rechter schuldig moet verklaren en niet de media. Graag hoort FHJ Factcheck wat de maker van het oorspronkelijke verhaal hiervan vindt en waar hij (en NRC) staat in deze ethische kwestie. Een belangrijke vraag.   

Joep Dohmen: “De eerste beschuldigingen tegen een Nederlandse oud-bisschop waren nieuws, zeker in de recente internationale context. Het was niet zomaar een oprisping van iemand die zich slachtoffer noemt. Hier was sprake van een onderzoek van een kerkelijke instantie (RK klachtenbureau Hulp en Recht) naar het gedrag van een oud-kerkbestuurder. Het gaat om één persoon die de klacht heeft ingediend. Vóór publicatie was er een tweede melding bij de krant, ook over de monseigneur. Volgens onze ethische code werken we op basis van twee onafhankelijke bronnen. Dat was nu niet anders. Er is de klager (en overigens in de procedure nog een getuige die Gijsen tegenspreekt). Voorts is er – los van de klachtprocedure – de tweede oud-leerling.” 

“Wat iemand ook van gluren mag vinden (wel of geen misbruik) is niet bepalend. Het gaat er om dat een kerkelijke klachtencommissie zoiets misbruik vindt (als het gebeurd is). Het past klaarblijkelijk binnen de kerkelijke definitie van misbruik.”

“Had Gijsen dan niet geanonimiseerd moeten worden? Volgens het NRC-stijlboek, anonimiseer je niet als dat geen zin heeft. In dit geval: oud-bisschop J. G. van Roermond. Feit is dat er een onderzoek loopt van een kerkelijke onderzoekscommissie. Dat is nieuws. Een ‘gewone’ priester anonimiseer je, omdat dat zin heeft. Bij Gijsen niet, vanwege zijn publieke functie.
,,En: als anonimiseren geen zin heeft omdat iemand bekend is, hadden we dan maar niet moeten melden dat er een kerkelijk onderzoek tegen de oud-bisschop loopt?” 

Dat is natuurlijk een belangrijke journalistieke afweging. Dohmen specificeert verder: 

“Nergens blijkt overigens dat de beschuldigingen bedoeld waren om de oud-bisschop welbewust of lichtzinnig te beschadigen. Het klaagschrift is door de redactie vóór publicatie grondig gelezen, met de klager zijn uitvoerige gesprekken gevoerd. Ook met bisschop Gijsen is vóór publicatie gesproken.” 

Conclusie  

De berichtgeving over het vermeend misbruik van Jo Gijsen is over het algemeen gedegen. Behalve het kleine foutje met de leeftijd van Gijsen, valt de schrijver van het oorspronkelijke artikel in NRC niets kwalijk te nemen. Ook de ethische kant van het verhaal is door Joep Dohmen en NRC Handelsblad goed gewogen. Gedegen journalistiek. Daar hebben de andere media, die zich baseren op het NRC-artikel, geluk mee gehad.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s