Meiden eerlijk over webvriendschap

 Door Lisanne van Groeningen

Spits kopt maandag 28 maart op de voorpagina Webvriendin geheim en besteedt ook aandacht op de site aan dit onderwerp. In de eerste alinea staat dat tienermeiden hun webvriendschappen vaak verzwijgen voor hun ouders. Dat blijkt uit een enquête van de website goSupermodel.nl. Klopt dit?

Het onderzoek is gehouden door de website goSupermodel.nl: een virtuele community voor meiden van 10 tot 16 jaar. Op deze site hebben de meiden een profiel, kunnen zij spelletjes spelen, chatten en foto’s uitwisselen, enzovoort. Met dit onderzoek wilde goSupermodel de waarde van online vriendschap onder Nederlandse tienermeiden in kaart brengen. De belangrijkste vraag was hoe de meiden een online vriendschap ervaren en of zij deze doortrekken naar hun echte leven. Er is kwantitatief onderzoek uitgevoerd in de vorm van een enquête die meiden konden invullen op goSupermodel.nl. Hierop reageerden 7989 meiden. Daarnaast is er kwalitatief onderzoek gedaan door middel van een focusgroep waarin de discussie over online vriendschap werd aangewakkerd.

Resultaten

De Spits beweert in de eerste alinea dat tienermeiden hun webvriendschappen vaak verzwijgen voor hun ouders. Dat is niet waar. Uit de gehouden enquête blijkt dat 25% van de ondervraagden hun ouders niet op de hoogte stelt van hun online vriendschappen. Dat betekent dat 75% hun ouders wel op de hoogte stelt van webvriendschappen. Daarnaast is er geen sprake van ‘verzwijgen’. Volgens onderzoekster Hilde Nugteren kan het namelijk ook liggen aan het feit dat het onderwerp niet aan bod komt tijdens de gesprekken met hun ouders. In de focusgroep is het zo dat één op de drie meiden niet met hun ouders praat over de webvriendschappen. Ruim zestig procent doet dat dus wel.

Daarnaast blijkt uit de enquête van goSupermodel.nl dat 92.5% van de meisjes de meeste van hun online vriendinnen ook als ‘echte’ vriendinnen beschouwen. In de Spits staat dit verkeerd gemeld. Daarin wordt bericht dat tweederde van de meisjes de online vriendinnen als ‘echte’ vriendinnen zien. Dit is een fout in het persbericht dat goSupermodel verstuurde naar Spits. De krant nam dit over, maar de fout was te voorkomen geweest als de journalist het onderzoek had ingezien.

Later in het artikel staat dat een op de drie ondervraagden in de focusgroep vertelt dat zij niet met haar ouders praat over de online vriendschappen. Volgens Spits zijn zij bang niet begrepen te worden. Spits suggereert met deze zin dat alle meiden die niet met hun ouders over de webvriendschappen praten, bang zijn om niet begrepen te worden. Volgens Hilde Nugteren, stagiaire bij goSupermodel.nl,  zijn er ook andere redenen waarom de meisjes er niet met hun ouders over praten. Nugteren: “Het is een vaak genoemde reden, niet dé reden. Een andere reden is namelijk dat de meiden bang zijn dat ouders de webvrienden niet vertrouwen en dat zij daarom niet meer op de website van goSupermodel mogen.”

In de laatste alinea bericht Spits dat naarmate tienermeisjes ouder worden, het beeld verschuift dat ze hebben bij ‘echte vriendschap’. Dan vindt nog maar een derde online vriendschap belangrijker dan real life vriendinnen. Eerder was dit één op de vijf meiden. Uit de enquête blijkt dat naarmate tienermeisjes ouder worden (14,15 en 16 jaar) nog maar 24,1 procent een online vriendschap belangrijker vindt dan echte vriendinnen. Dat is dus geen derde, maar een vierde van de respondenten.

Andere foutieve meldingen

Spits meldt dat Nugteren stelt dat vrouwen (en meisjes) het delen van gevoelens vaak zien als een goed uitgangspunt voor een vriendschap. Nugteren is niet degene die dit vaststelt, dat zijn namelijk de wetenschappers Burleson, Kunel, Samter & Werking. Zij publiceerden in 1996 het boek ‘Handbook of communication and social interaction skills’.  Nugteren neemt dit alleen maar over.

 De tweede zin van het artikel luidt: Hoewel jonge meisjes steeds vaker vriendinnen maken via internet, zo’n zeventig procent van de tien- tot zestienjarigen onderhoudt online een vriendschap, mogen hun ouders daar niets van weten. Volgens Hilde Nugteren is het zo dat zeventig procent van de respondenten zegt een online vriendschap te hebben. Of het zo is dat steeds jonge meisjes vaker vriendinnen maken via internet is onduidelijk. “Daar hebben wij geen onderzoek naar gedaan en zijn ook niet in het bezit van cijfers over deze conclusie. Het is wellicht een aanname van Spits.”

Conclusie

De meeste tieners vertellen hun ouders wel over hun webvriendschappen: 75% van de respondenten doet dat en 66,6% van de meiden in de focusgroep. Er is dus geen sprake van dat tienermeiden hun webvriendschappen verzwijgen, zoals in Spits wordt gesuggereerd. Degene die niet met hun ouders over deze vriendschappen op het internet praten, hoeven het volgens Hilde Nugteren van goSupermodel.nl, niet per se te verzwijgen. “Het kan ook zo zijn dat het onderwerp niet aan bod komt.” De betreffende Spits-journalist John Maes wilde geen reactie geven.

 Bronnen:

Hilde Nugteren, stagiaire bij de webiste goSupermodel.nl. Zij is tevens ook de opzetter van dit onderzoek.

Onderzoek van goSupermodel.nl

Advertisements

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s