Onterechte dyslexieverklaringen?

Door Jens Pauw

GPD logoScholen misbruiken dyslexieverklaringen’, kopten diverse GPD-kranten op 13 september. Uit onderzoek van het Dagblad van het Noorden bleek dat tijdens de afgelopen eindexamens op de middelbare school veel meer eindexamenleerlingen met een dyslexieverklaring deelnamen, dan het landelijke percentage dyslectici. De grote vraag is in hoeverre de scholen hiervoor verantwoordelijk zijn.

Onder meer het Brabants Dagblad berichtte over de dyslexieverklaringen. We lezen in de krant dat het misbruik wordt vermoed door ‘een aantal dyslexiedeskundigen, mede op basis van onderzoek dat werd uitgevoerd door het Dagblad van het Noorden’. Daaruit blijkt dat dit jaar 16.369 jongeren (acht procent van de 205.250 examenkandidaten) die examen deden, een dyslexieverklaring hadden. Deze leerlingen kregen een half uur extra tijd voor de eindexamens en voorafgaande schoolonderzoeken en toetsen. Op sommige scholen die de krant heeft onderzocht, loopt het percentage leerlingen met een dyslexieverklaring op tot tegen de dertig procent. Op basis van wetenschappelijke gegevens over het voorkomen van woordblindheid in Nederland, zou dat percentage rond de vier procent moeten liggen.

De GPD-berichtgeving is gebaseerd op het artikel ‘Dyslexie: echt of niet?’, dat op 10 september verscheen van de hand van Bram Hulzebos, journalist van Dagblad van het Noorden. GPD-redacteur Wilco Voordouw laat weten dat zijn organisatie het artikel ‘alleen heeft doorgezet naar de bij de GPD aangesloten kranten’. Behalve het nieuwsartikel op de voorpagina wordt in het Dagblad van het Noorden doorverwezen naar pagina 33 voor een groter achtergrondverhaal.

Journalist Hulzebos vertelt hij naar aanleiding van zijn stuk een aantal telefoontjes gekregen van boze orthopedagogen. “Ze waren het er niet mee eens dat in mijn stuk staat dat er charlatans zijn die verklaringen afgeven zonder goed onderzoek. Ik citeer echter alleen deskundigen, die deze uitspraak voor hun rekening nemen. Deze vier deskundigen bevestigen mij dit onafhankelijk van elkaar. Dan heb ik een goed verhaal, toch?”, stelt Hulzebos.

Professionele hulpverlener

Hoewel het in de tekst niet duidelijk naar voren komt, insinueert de titel ‘Scholen misbruiken dyslexieverklaringen’ dat het de middelbare scholen zijn die misbruik maken van de situatie. Dit is een opmerkelijke constatering, aangezien de verklaring voor woordblindheid door een professionele hulpverlener moet worden afgegeven. De Stichting Dyslexie Nederland stelt: “Verklaringen worden afgegeven door personen met een academische graad in de klinische (kinder- of jeugd-) psychologie of orthopedagogiek, alsmede een erkende bekwaamheidsregistratie in de psychodiagnostiek, en dient geregistreerd te staan in de BIG-databank voor officieel erkende gezondheidswerkers.” Scholen zijn zodoende niet de directe oorzaak van het hoge aantal leerlingen met dyslexieverklaringen, aangezien zij deze niet zelf kunnen uitgeven.

Will Ellenbroek – oud-docent Duits aan het Udens College – maakte zich behoorlijk kwaad om het bericht in het Brabants Dagblad. Naar aanleiding van het artikel stuurde hij nog dezelfde dag een stevige pennenvrucht naar de opinieredactie van de krant, waarin hij stelt het oneens te zijn met de strekking van het artikel. Volgens hem zijn scholen geenszins verantwoordelijk voor de stijging van het aantal dyslectici. Een kleine twee weken later staat hij nog steeds vierkant achter zijn mening. “Het zijn onjuistheden die worden vermeld. Ik heb het nog speciaal uitgezocht. Scholen zijn verplicht leerlingen met een dyslexieverklaring meer faciliteiten te bieden, als bij die leerlingen de diagnose dyslexie wordt gesteld. Denk hierbij aan extra tijd tijdens proefwerken en examens, en het geven van extra begeleidingslessen. Dat zijn ze verplicht. Hoe kunnen scholen dan sjoemelen met de verklaringen?”

Journalist Bram Hulzebos is het niet eens met Ellenbroek. “In theorie is het inderdaad mogelijk dat leerlingen op eigen initiatief naar een orthopedagoog gaan en een verklaring krijgen. Maar in de praktijk is dat zeker niet het geval. Scholen hebben belang bij goed presterende leerlingen.” Hulzebos doelt op het feit dat het percentage leerlingen dat zakt naar een lager niveau ongunstig is voor rapporten over de kwaliteit van de school. Doordat leerlingen een dyslexieverklaring hebben, en dus meer faciliteiten hebben bij het maken van toetsen en examens, blijven ze vaker op hetzelfde niveau actief.  “Dus verwijzen scholen vaak door naar instanties die dyslexie kunnen vaststellen. Dat is bevestigd door deskundigen als Koos Henneman van de Stichting Dyslexie Nederland en oud-docent Marion van Sloten.”

Het feit dat scholen vaak doorverwijzen, wordt duidelijk in het grotere achtergrondartikel in het Dagblad van het Noorden. In de GPD-kranten blijft dit gegeven onderbelicht. “Zelf heb ik ik het wel gemeld, maar ik ben niet verantwoordelijk voor de verder afhandeling in andere kranten. Je zult begrijpen dat we geen wetenschappelijk artikel schrijven. Helaas kan niet altijd alles worden gemeld”, aldus Hulzebos.

Wet Openbaarheid Bestuur

In het Brabants Dagblad-artikel ‘Scholen misbruiken dyslexieverklaringen’ lezen we verder dat 16.369 jongeren (acht procent van de 205.250 examenkandidaten) die dit jaar examen deden een dyslexieverklaring hadden. Het klopt inderdaad dat het Dagblad van het Noorden deze cijfers in haar artikel ‘Dyslexie: echt of niet?’ vermeldt. Hier is een Wet Openbaarheid Bestuur (WOB)-aanvraag door het Dagblad van het Noorden aan voorafgegaan. Jan-Willem Swane, persvoorlichter bij de Inspectie Onderwijs, bevestigt dat er cijfers zijn verzameld over het aantal ‘elektronische meldingen verlenging examentijd’. “De totalisering komt echter voor rekening van de redactie. Wij kunnen niet uitsluiten dat er voor dezelfde leerling zowel een elektronische als een schriftelijke melding is gedaan.” Hieruit kunnen we opmaken dat het niet met honderd procent zekerheid te zeggen is dat de cijfers volledig juist zijn.

Artikel 55 van het Eindexamenbesluit bepaalt overigens dat een directeur van een school voor een dyslectische kandidaat een aangepaste wijze van examenafname kan laten volgen, waaronder de verlenging van een eindexamentoets met ten hoogste dertig minuten. In de praktijk wordt hier gehoor aan gegeven wanneer de leerling in het bezit is van een – door een orthopedagoog afgegeven – dyslexieverklaring. Jan-Willem Swane: “De inspectie ziet erop toe dat leerlingen die extra zorg nodig hebben, deze extra zorg krijgen. In welke vorm dit wordt gegoten is aan de school. De zorg moet planmatig worden uitgevoerd en de effecten moeten worden geëvalueerd.”

Dit is opnieuw een aanwijzing dat middelbare scholen in ieder geval de juridische verplichting hebben hun dyslectische leerlingen extra tijd en hulp te bieden. Oud-docent Will Ellenbroek zei het al in zijn opiniestuk: “Dyslectische leerlingen zorgen voor extra druk op de toch al zwaar belaste schoolorganisatie”.

We lezen in het artikel ‘Scholen misbruiken dyslexieverklaringen’ voorts dat ‘op basis van gegevens over het voorkomen van woordblindheid, het percentage dyslectici rond de vier procent zou moeten liggen’. Hoewel er wetenschappelijk veel discussie is over het juiste percentage, spreken de meeste onderzoekers over drie tot vijf procent van de Nederlandse bevolking. Vier procent is het percentage dat gerenommeerde instituten als Stichting Dyslexie Nederland en de Hersenstichting aanhouden. We kunnen dus stellen dat deze bewering juist is.

Tot slot is het opmerkelijk dat we constateren dat het Brabants Dagblad het betreffende artikel tweemaal heeft geplaatst in de krant. Het besproken bericht ‘Scholen misbruiken dyslexieverklaringen’ werd op 13 september gepubliceerd in het BD, maar op 10 september verscheen al het artikel ‘Scholen misbruiken stempel dyslexie’ in dezelfde krant. De inhoud van beide teksten is vrijwel identiek. In het latere bericht wordt melding gemaakt van feit dat het Dagblad van het Noorden een beroep moest doen op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB). Ook wordt het woord onderwijsinspectie (eerste bericht) veranderd in Inspectie Onderwijs. “Een menselijke fout”, geeft chef opinie Ton de Jong van het BD toe. “De eindredacteur had niet in de gaten dat we het bericht al eens hebben gepubliceerd. Dit had niet mogen gebeuren.”

Conclusie

De titel ‘Scholen misbruiken dyslexieverklaringen’ en de strekking van het artikel zijn onvolledig. Uit het verhaal blijkt dat het vooral psychologen en orthopedagogen zijn – in hun rol als verstrekkers van dyslexieverklaringen– die wordt verweten té gemakkelijk een verklaring af te geven. De berichtgeving in het Brabants Dagblad is daarnaast onvolledig, omdat in tegenstelling tot de originele berichtgeving in het Dagblad van het Noorden niet wordt stilgestaan bij de rol van de scholen in het dyslexieproces. Belangrijke informatie is niet meegenomen in de BD-berichtgeving en daardoor ontstaat onterecht het beeld dat scholen verantwoordelijk zouden zijn voor de groei van het aantal verklaringen.

Verder valtt niet met honderd procent zekerheid te stellen dat de WOB-gegevens juist zijn, maar dit wordt in het artikel verder niet toegelicht. Ook hier is de berichtgeving dus onvolledig. Tot slot geeft het Brabants Dagblad toe fout te zitten door het betreffende artikel tweemaal op de binnenlandpagina te plaatsen.

Bronnen

Bram Hulzebos, redacteur bij het Dagblad van het Noorden
– Wilco Voordouw, redacteur bij de GPD
– Will Ellenbroek, oud-docent Duits op het Udens College
– Jan-Willem Swane, persvoorlichter bij de onderwijsinspectie
– Ton de Jong, chef opinie bij het Brabants Dagblad
– Artikel Dagblad van het Noorden: ‘Dyslexie: echt of niet?’, 10-09-2011
– Artikel Brabants Dagblad: ‘Scholen misbruiken stempel dyslexie’, 10-09-2011
– Artikel Brabants Dagblad: ‘Scholen misbruiken dyslexieverklaringen’, 13-09-2011
– Opinieartikel Will Ellenbroek, Brabants Dagblad, 14-09-2011
Artikel 55 van het Eindexamenbesluit, Ministerie van OCW
– Stichting Dyslexie Nederland, Het dyslexieprotocol

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Brabants Dagblad, Dagblad van het Noorden, GPD

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s