‘Te veel blessures in amateurvoetbal’?

Door Dirk van Spreuwel

Te veel amateurvoetballers raken gedurende het voetbalseizoen geblesseerd, zo berichten het Eindhovens Dagblad en vele andere kranten op donderdag 19 januari. Volgens het dagblad zou zes op de tien voetballers minimaal één keer per seizoen geblesseerd raken. Dat komt neer op ongeveer 620.000 amateurs. Een hoog aantal en daarmee dus het onderzoeken waard.

Het onderzoek
Het bericht in het Eindhovens Dagblad komt van de Geassocieerde Pers Diensten (GPD); dit verhaal heeft dus in diverse regionale kranten gestaan. Het bericht is gebaseerd op een onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Utrecht en voetbalbond KNVB. Het onderzoek richt zich op 23 teams uit de zaterdagafdeling van de eerste klasse van het amateurvoetbal. De teams komen uit de districten Noord en Zuid I en zij werden tijdens het seizoen 2009-2010 gevolgd. District Zuid I bestond uit 233 spelers en het district Noord uit 223 voetballers. De gemiddelde leeftijd van deze groep bedraagt 24,8 jaar en verder voetbalt deze groep gemiddeld 17,5 jaar.

De totale groep die onderzocht werd, is voor het onderzoek in twee groepen gesplitst, een controlegroep en een interventiegroep. De teams uit de interventiegroep zijn voor het onderzoek overgegaan tot een andere warming-up. Voor wedstrijden en trainingen hanteerden zij de door de FIFA gestimuleerde warming up ‘De11’. Deze warming-up richt zich op het verbeteren van coördinatie, stabiliteit, wendbaarheid en spierkracht in de benen. De teams uit de controlegroep hebben tijdens het onderzoek gewoon hun normale warming-up voortgezet.

Wat opvalt aan het onderzoek is dat er alleen teams uit de eerste klasse aan mee doen. Anne-Marie van Beijsterveldt, projectleider van het onderzoek, legt uit waarom. “We hebben voor teams uit de eerste klasse gekozen, zodat we een zogenaamde homogene groep konden onderzoeken. Vooral het speelniveau, de organisatie en de sportieve ambitie bij deze clubs liggen ten grondslag aan de keuze voor eerste klasse teams.” Van Beijsterveldt weet ook waarom er gekozen is voor een onderzoeksperiode van één seizoen. “We hebben de spelers een seizoen lang gevolgd, zodat we alle factoren binnen zo’n seizoen mee konden nemen, zoals weersomstandigheden gedurende het jaar en bijvoorbeeld het competitieverloop.”

Nu het onderzoek is afgerond kan er werk worden gemaakt van de conclusies. “Als wetenschappelijke onderzoekers hebben we de plicht om onze resultaten in internationale tijdschriften te publiceren. Dus dat doen we ook”, legt Van Beijsterveldt uit. “Verder verspreidt de KNVB de resultaten via de Voetbalacademie en het Sportmedisch Centrum. Ook sportverzorgers, fysiotherapeuten en sportartsen worden geïnformeerd. Zodoende komen de resultaten terecht in wetenschap, sport en zorg.”

De feiten
Het gehele onderzoek is nog niet in te zien, omdat dit nog niet klaar is. De journalist in kwestie, Dick Hofland van de GPD,  moest het dus doen met een persbericht en de belangrijkste conclusies van het onderzoek. Deze cijfers heeft hij goed overgenomen, zo klopt het dat zes op de tien voetballers geblesseerd raakt. Daarnaast schrijft de journalist dat de voetballers na een blessure gemiddeld zestien dagen niet kunnen voetballen en vijf dagen niet werken. Ook zegt hij dat 40% van de blessures het gevolg is van een schop van de tegenstander of ongelukkig lichamelijk contact. Deze twee beweringen zijn volgens het onderzoek juist.

Tegenover deze juiste beweringen, staan wat onvolledige alinea’s. Zo laat de journalist weten dat de voetballers meestal geblesseerd raken aan hun enkels en hamstrings. Uit het persbericht blijkt echter dat het in 19% van de gevallen om de enkel gaat en in 16% van de gevallen om de hamstring. De knie scoort met 16% overigens even hoog als de hamstring.

Volgens de journalist leidt slechts een heel beperkt percentage van de blessures tot bijvoorbeeld werkverzuim. Uit het persbericht blijkt dat dit percentage 5% is, wat neerkomt op ongeveer 20 tot 25 mensen uit de onderzoeksgroep.

‘Door aangepaste trainingsprogramma’s en betere bescherming van ledematen kan het aantal blessures in het amateurvoetbal flink omlaag.’ Zo begint de journalist zijn verhaal. Van wie hij deze informatie heeft is niet bekend, het staat in ieder geval niet in het persbericht. Of het de juiste opening van een dergelijk bericht is, laten we in het midden.

Reactie journalist
Dick Hofland van de GPD legt uit hoe hij te werk is gegaan bij het schrijven van zijn bericht. “Ik heb contact gehad met de onderzoeker, Frank Backx. Dat doe ik eigenlijk altijd, ik wil me zo min mogelijk laten leiden door het persbericht en heb liever rechtstreeks contact. Zo ga ik rechtstreeks terug naar de bron en weet je zeker dat je informatie juist is.”

Hofland heeft er bewust voor gekozen de eerder genoemde ontbrekende percentages niet te vermelden. “Dat komt omdat ik het artikel niet vol met percentages wil plempen en ik het zo te horen heb gekregen van de leider van het onderzoek. Overigens stond in het persbericht dat het percentage dat geblesseerd raakte aan de hamstrings, gelijk was aan het aantal blessures aan de knieën. Volgens Backx klopte dat niet helemaal en waren de enkels en de hamstrings toch echt de zwakke punten van de voetballers.”

Ook zijn lead was een bewuste keuze, zo laat Hofland weten. “Voor mij was dit eigenlijk het belangrijkste nieuws. Andere kranten brachten de vele blessures onder amateurvoetballers als nieuws, maar die aantallen waren al een tijdje bekend. Het onderzoek dat nu gehouden is, is een vervolgonderzoek op dat oude. Andere kranten hebben dus eigenlijk oud nieuws herkauwd. Van de onderzoeker kreeg ik te horen dat dit één van de conclusies was uit dit onderzoek en daarom heb ik er voor gekozen om hier mee te beginnen.”

Conclusie
De journalist heeft er voor gekozen zich niet aan het persbericht te houden, maar contact op te nemen met de onderzoeksleider. Zo weet hij zeker dat hij over de juiste informatie beschikt. Dat zie je terug in zijn verhaal, want de genoemde feiten kloppen. Ook voor de vaagheden heeft hij een goede verklaring. Zo staan er inderdaad wel heel veel percentages in het artikel als hij ze allemaal zou noemen.

Ook op zijn lead valt achteraf niets aan te merken. Door niet klakkeloos het persbericht over te nemen is de journalist meer te weten gekomen over het onderzoek. Zo is Hofland, in tegenstelling tot andere media, erachter gekomen dat zijn lead één van de belangrijkste conclusies was van het onderzoek. Het enige wat je Hofland zou kunnen aanrekenen is dat hij in zijn lead de bron niet noemt. Nu zou het bijvoorbeeld ook een eigen interpretatie kunnen zijn. Maar dit is een kleinigheid.

Bronnen:

Samenvatting van het onderzoek – http://www.umcutrecht.nl/zorg/nieuws/2012/01/aantal-voetbalblessures-kan-minder.htm

Anne-Marie van Beijsterveldt – Projectleider van het onderzoek

Dick Hofland – Journalist GPD

Artikel in Eindhovens Dagblad van donderdag 19 januari

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s