Vrouwen en hun goede doelensmoezen

Door Ellen Jobse

Vrouwen hebben volgens het feministische maandblad Opzij goede smoezen om minder geld aan goede doelen te geven dan mannen. In het decembernummer staat dat dit te maken heeft met verschillen tussen mannen en vrouwen op het gebied van salaris, opleiding en netwerk. Als er meer gelijkheid zou zijn op deze gebieden, zo schrijft Opzij, zou de vrouw de man zelfs kunnen overtreffen. FHJ Factcheck onderzoekt de feiten.

De eerste bron die in het nieuwsartikel wordt genoemd, is de Stichting GeefGratis. Deze stichting levert gratis internetdiensten aan goede doelen. Uit nog ongepubliceerde cijfers van GeefGratis zou blijken dat vrouwen vaker dan mannen geld geven aan goede doelen, maar dat ze wel een lager bedrag geven. Een man zou gemiddeld 69 euro per jaar geven, een vrouw 48 euro. Jordan van Bergen, directeur van Stichting GeefGratis, stuurt per mail de cijfers die Opzij voor het artikel heeft gebruikt. In deze ‘Geef indexcijfers online doneren 2006 tot en met het derde kwartaal van 2011’ staat een overzicht van het aantal donaties per jaar en het gemiddelde bedrag dat mannen en vrouwen schenken.

De cijfers uit de index bevestigen wat Opzij schrijft. Vrouwen geven dit jaar met 8.107 donaties inderdaad vaker dan de mannen, bij wie de teller blijft steken op 5.928. En met 68,66 euro geven de mannen meer dan de vrouwen, die gemiddeld 47,51 euro doneren. Opzij heeft deze bedragen naar boven afgerond. Voor de eerdere jaren die het register weergeeft (2006 tot en met 2010), geldt hetzelfde verhaal: mannen geven meer, vrouwen geven vaker. Dat kan vragen oproepen over de nieuwswaarde van het artikel, want is iets ‘nieuws’ als een index zes aaneengesloten jaren dezelfde uitkomsten laat zien? Volgens Van Bergen wel. “Het is nieuws omdat het bevestigt dat deze trend al jaren geldt.”

In de cijferindex van Stichting GeefGratis zijn alleen de online donaties meegeteld aan instellingen die zijn aangesloten bij de stichting. “Het betreft hier geen telefonische enquête onder een x aantal Nederlanders, waarbij je moet gokken of dit representatief is”, zegt van Bergen. “Dit zijn gemiddelden op basis van feitelijke online transacties via ons platform.” Toch kun je je bij de cijfers van GeefGratis eveneens afvragen hoe representatief ze zijn. Andere giften, zoals girale donaties, collectes en donaties aan niet aangesloten goede doelen worden namelijk niet meegenomen in de berekening.

Verklaringen
In het artikel worden drie redenen genoemd die moeten verklaren waarom vrouwen minder geld aan goede doelen geven dan mannen. ‘Vrouwen verdienen gewoon nog steeds minder. En ze zijn als groep ook nog eens minder hoog opgeleid en zitten minder vaak bij een netwerk als de Rotary dat hen aanspoort om te geven.’ Dat vrouwen wel vaker dan mannen geld geven, heeft volgens Opzij eveneens drie redenen. ‘Vrouwen geven vaker omdat ze empathischer zijn, een sterkere drang hebben om anderen te helpen en een grotere hekel hebben aan ongelijkheid.’

Als bron voor deze verklaringen wordt sociologe Pamala Wiepking opgevoerd. Zij is verbonden aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en doet onderzoek naar het geefgedrag van Nederlanders aan goede doelen. Ze bevestigt haar uitspraken. “Ik heb het verhaal voor publicatie mogen inzien. Er staan geen onjuistheden in. De journaliste heeft mijn woorden heel netjes samengevat. Toch zou ik het zelf nooit zo opgeschreven hebben.” Wiepking verklaart moeite te hebben met de formulering van de auteur. “In populaire taal klopt het wat er staat, in wetenschappelijke taal niet. Dan mist er een bepaalde nuance. Ik zou bijvoorbeeld niet zeggen dat vrouwen empathischer zijn dan mannen. Ze hebben sterkere empathische waarden, dat wel. Maar misschien gaat dit meer over de verschillen tussen onze beroepen als wetenschapper en journalist dan over de vraag of het goed of fout is.”

Daarnaast vindt Wiepking de overgang die de auteur maakt – van de onderzoeksresultaten van Stichting GeefGratis naar de verklaringen voor de verschillen in geefgedrag – niet logisch. “De cijfers van GeefGratis dienen een ander doel dan het vergelijken van het geefgedrag van mannen en vrouwen. Bij dergelijk onderzoek is het heel belangrijk om ook andere factoren dan alleen het geslacht mee te nemen. Denk aan achtergrond, inkomen en leeftijd. Je kunt je afvragen in hoeverre het klopt dat mijn onderzoeksresultaten gecombineerd zijn met statistieken die in principe niets met mijn onderzoek te maken hebben.” De onderzoeksresultaten waar Wiepking op doelt, zijn bovendien nog niet gepubliceerd. “Daar ben ik geen voorstander van, zeker niet na de affaire met Diederik Stapel (de op non-actief gestelde hoogleraar die onderzoeksresultaten fingeerde, red.).” Op de vraag waarom ze daar voor de publicatie niets van gezegd heeft, antwoordt Wiepking: “De journaliste heeft het zodanig geformuleerd dat het niet fout is. Ze schrijft namelijk: ‘Wiepking doet vergelijkbaar onderzoek waarvan de uitkomsten in dezelfde richting wijzen.’ Er staat dus niet zwart op wit dat het zo is. Maar ik had liever gezien dat ze het open had gelaten.”

Reactie van de journalist
Redacteur Frieda Pruim van het maandblad Opzij schreef het artikel. “Ik heb zowel Jordan van Bergen als Pamala Wiepking het artikel voor publicatie laten lezen. Als iemand vervolgens tegen mij zegt dat hij of zij akkoord is, ga ik er vanuit dat dat ook zo is. Ik zou niet over de onderzoeksresultaten van Wiepking hebben geschreven als zij had gezegd dat daar nog niets over gepubliceerd mocht worden.” Pruim verdedigt de overgang die Wiepking twijfelachtig vindt. De statistieken van Stichting GeefGratis zijn de harde cijfers, de sociologe zorgt met haar uitleg voor de nuance, zo vindt Pruim. Ze kan begrijpen dat het vanuit Wiepkings oogpunt nog genuanceerder kan. “Dat is het nadeel van een klein nieuwsbericht.” De nieuwswaarde van het verhaal zit hem volgens Pruim in de statistieken van GeefGratis. “De cijfers die wij noemen, waren toen nog nergens anders gepubliceerd. Dat noem ik nieuws.”

Conclusie
Het artikel over de verschillen in geefgedrag tussen mannen en vrouwen bevat geen feitelijke onjuistheden. De genoemde cijfers kloppen, evenals de uitspraken van sociologe Pamala Wiepking. Wel had de auteur wat meer nuance in het verhaal aan kunnen brengen. Door de verschillen in geefgedrag als nieuws te brengen, lijkt het of nu pas bekend is dat vrouwen vaker, maar minder geld dan mannen aan goede doelen geven. De statistieken van Stichting GeefGratis tonen aan dat dit in ieder geval de voorgaande zes jaar ook het geval was.

Bronnen:
– Magazine Opzij, decembernummer

– Jordan van Bergen, algemeen directeur van Stichting GeefGratis
– ‘Geef indexcijfers online doneren 2006 tot en met Q3 2011’, onderzoek van Stichting GeefGratis
– Pamala Wiepking, sociologe aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam
– Frieda Pruim, redactrice bij Opzij

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opzij, Tijdschrift

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s