Eerder de cel in met buitenlands uiterlijk?


Door Tom Hayes

Rechters straffen verdachten met een buitenlands uiterlijk harder dan Nederlanders. Dat staat te lezen in het ANP-artikel ‘Eerder de cel in met buitenlands uiterlijk’ in het AD van 15 maart. Spreekt de verdachte geen Nederlands, dan is het helemaal einde verhaal volgens het bericht. Is het onderzoek van de Universiteit Leiden, waarop dit bericht is gebaseerd, net zo zwart – wit?

Volgens het artikel blijkt uit onderzoek van Hilde Wermink, Jan de Keijser en Pauline Schuyt dat verdachten die er buitenlands uitzien vijf keer zoveel kans hebben op gevangenisstraf in plaats van een boete of werkstraf. Mensen die daarbij ook de Nederlandse taal niet machtig zijn, lopen maar liefst twintig keer zoveel kans. Hoe komen de Leidse onderzoekers aan deze cijfers?

Het onderzoek

Het onderzoek van Wermink, De Keijser en Schuyt is een dag nadat het AD erover berichtte gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad. Hierin valt te lezen dat de gegevens afkomstig zijn van observaties die zijn verricht tijdens politierechterzittingen, 541 zaken in totaal. In het voorjaar van 2010 zijn tien van de negentien rechtbanken in Nederland bezocht: Alkmaar, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Bosch, Den Haag, Dordrecht, Haarlem, Utrecht en Zutphen. De observaties werden geregistreerd aan de hand van gestandaardiseerde checklists. In een voetnoot wordt gemeld dat deze zijn ingevuld door verschillende studenten van de opleiding Criminologie aan de Universiteit Leiden. Van tevoren kregen ze een uitgebreide uitleg bij de checklist.

Die checklist somt op aan welke kenmerken een verdachte moet voldoen om te kunnen spreken van een buitenlands uiterlijk. Dat hier een stukje subjectiviteit om de hoek komt kijken, spreekt Pauline Schuyt niet tegen: “We hebben de lijsten zelf gemaakt, dus ontkom je er niet aan dat er een subjectief gegeven in zit. Maar zie het meer als een definitie die we op deze manier afbakenen. De term allochtoon bijvoorbeeld, kan enkel op iemand geplakt worden als hij aan bepaalde kenmerken voldoet. Dat geldt ook voor de verdachten in ons onderzoek.” Opvallend is dat nergens terug te lezen is wat de toegepaste kenmerken precies zijn. Schuyt zegt dat te denken valt aan een snor, zwart haar en bruine ogen, maar kan de reden van het ontbreken van deze lijst in de publicaties niet noemen.

Vergelijkbare delicten

De buitenlands ogende en sprekende verdachten belanden dus eerder in de cel, maar hebben ze niet gewoon zwaardere delicten gepleegd? Om dit het onderzoek niet te laten beïnvloeden, hebben de onderzoekers daar wat op gevonden. “Vooropgesteld zijn enkel zaken bezocht die publiekelijk toegankelijk waren en voor de politierechter kwamen”, vertelt Pauline Schuyt. “Zware delicten als moord zaten er dus niet bij. Op de gepleegde daden hebben we een marge losgelaten. We keken hoe vaak een specifiek vergrijp tot celstraf zou leiden. Hoe minder dat was, hoe lager de marge die we op onze resultaten loslieten.”

In het onderzoeksrapport wordt de toepassing van de marge uitgelegd. De zaken zijn eerst geanalyseerd zonder rekening te houden met verschillende kenmerken waarvan bekend is dat deze een rol spelen bij de straftoemeting, “namelijk het type delict dat is gepleegd, het al dan niet aanwezig zijn van justitiële documentatie, of de verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten, de rechtbank waar de zitting plaatsvond, het aantal feiten waarvan de persoon wordt verdacht en of het delict alleen is gepleegd of samen.”

In een aparte analyse (een zogeheten logistische regressieanalyse) die de onderzoekers uitvoerden, is dat wél gedaan. “Op die wijze zijn uitspraken te doen over de zelfstandige invloed van kenmerken van de persoon van de verdachte op de straftoemetingsbeslissing.” Vrouwen worden bijvoorbeeld minder snel veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, en ook wie Nederlands spreekt en oogt heeft minder kans om veroordeeld te worden tot een gevangenisstraf. Los van die persoonskenmerken is de kans op onvoorwaardelijke gevangenisstraf groter voor mensen die in voorlopige hechtenis hebben gezeten, voor daders tussen de 31 tot 40 jaar oud in vergelijking met de jongste en oudste verdachten, als de veroordeling plaatsvond in de rechtbank Utrecht of Den Haag en als de verdachte werd veroordeeld voor ‘gekwalificeerde diefstal’, waarbij iets gestolen wordt onder verzwarende omstandigheden.

Het artikel

Het verbaast Schuyt dat het artikel hamert op het uiterlijke aspect. Het onderzoek richt zich juist voornamelijk op verdachten die de Nederlandse taal niet machtig zijn.

Dat het onderzoeksresultaat enkel van toepassing is op de politierechter, valt in het ANP-artikel niet terug te lezen. Daar wordt enkel gesproken van de term ‘rechters’. De publicatie in het Nederlands Juristenblad stelt echter in het begin al duidelijk dat het om politierechters gaat.

Pauline Schuyt ziet nog een ander foutje in het ANP-bericht. Haar eigen naam is gespeld als ‘Schuijt’. “Een vergissing die ondertussen zo vaak wordt gemaakt, dat ik er bijna geen aandacht meer aan besteed.” Kwalijker vindt ze de verkeerde functie die aan haar is toegeschreven. Het artikel meldt dat de drie onderzoekers van de Universiteit Leiden criminoloog zijn. Schuyt is echter juriste.

Odds

In het bericht vermeldt het ANP dat verdachten die er buitenlands uitzien vijf keer zoveel kans hebben op gevangenisstraf dan Nederlanders. Schuyt zegt dat dit niet juist is geformuleerd: “In ons onderzoek spreken we van odds, een term uit de statistiek. Dat is niet helemaal hetzelfde als een kans. Het is de relatieve kans dat een gebeurtenis wel of niet plaatsvindt. Het is een fout die de media wel vaker maken. Vandaar ook dat we in de editie na de publicatie van het Nederlands Juristenblad tekst en uitleg hebben gegeven over de term odds.”

NRC Handelsblad besteedde na publicatie van het ANP-artikel een heel bericht aan odds als rectificatie. Oplettende NRC-lezers spraken de krant aan op het verschil tussen kansen en odds, waarna de krant onder meer als volgt uitleg verschafte: “Kansen geven de waarschijnlijkheid aan dat iets al dan niet gebeurt. De odds geven de verhouding aan tussen die kansen. De odds ratio is de factor waarmee kansverhoudingen (de odds, dus) verschillen. Een fictief voorbeeld. Stel dat Nederlandse mannen een kans van 20 procent hebben op haaruitval, en dus van 80 procent dat dit niet gebeurt. De kansverhouding op haaruitval is dan 20/80 = 0,25. Stel dat Belgische mannen onder gelijke omstandigheden 50 procent kans hebben op haaruitval. Hun kansverhouding is dan 50/50 = 1,00. De kans voor de Belgen op haaruitval is dan 2,5 keer zo hoog als voor de Nederlanders (50 gedeeld door 20), maar hun odds zijn maar liefst 4 keer zo hoog (1 gedeeld door 0,25). En die 4 heet dan de odds ratio.”

In het bericht staat een mogelijke oplossing voor de lastige statistiektermen: “Hoe vermijd je zulke formules en lastige Engelse termen? Onderzoekster Hilde Wermink stelde de journalisten deze formulering voor: „De kans om wel veroordeeld te worden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf versus de kans op geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf is ruim 20 keer groter voor mensen met een buitenlands uiterlijk die niet de Nederlandse taal spreken in vergelijking met verdachten met een Nederlands uiterlijk die de Nederlandse taal spreken.” Maar de onderzoekster waarschuwde al dat ook die formulering tot misverstanden kan leiden.”

De journalist

Het ANP kan de fouten in het artikel niet verklaren. Het AD op zijn beurt zegt dat de krant weinig aan de onjuistheden kan doen. Leo Roggeveen, chef ‘uit’ van het dagblad, zegt dat berichten van het ANP vrijwel altijd één op één worden overgenomen. Dat dit ANP-artikel een halve pagina in beslag neemt en dus een grotere attentiewaarde heeft, is volgens hem niet de gebruikelijke gang van zaken: “Elke pagina heeft bij ons één kernartikel. Dat produceren we gewoonlijk zelf. In dit geval kregen we op het laatste moment ons eigen bericht niet rond. Daarop besloten we het ANP-artikel als kernstuk te plaatsen.” Het opmerkelijke resultaat van het onderzoek was volgens hem de reden om voor dit artikel te kiezen als uithangbord van pagina dertien.

De conclusie

Het AD heeft het bericht zonder aanpassingen overgenomen van het ANP. Bij het ANP zijn er wat foutjes ingeslopen, al kloppen de onderzoeksresultaten in het bericht wel. De nadruk in het onderzoek lag echter op de verdachten die amper Nederlands spraken. In het nieuwsbericht wordt de zware straf voor een verdachte met een buitenlands uiterlijk als nieuws gebracht.

In de krant stond dat verdachten die er buitenlands uitzien vijf keer zoveel kans op gevangenisstraf in plaats van een boete of werkstraf. Mensen die daarbij ook de Nederlandse taal niet machtig zijn, lopen maar liefst twintig keer zoveel kans. Het blijkt hier niet om kansen te gaan, maar om odds.

Bronnen

-Eerder de cel in met buitenlands uiterlijk’, artikel AD, 15 maart 2012

-Verschillen in straftoemeting in soortgelijke zaken, onderzoek Nederlands Juristenblad, 16 maart 2012

-Pauline Schuyt, juriste en universitair hoofddocent straf(proces)recht bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

-Leo Roggeveen, chef ‘uit’ AD

-PvdA.nl

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen Dagblad (AD), ANP

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s