Haperende motoren door slechte lucht in tunnel?

Door Rutger Snijder

De lucht in de Westerscheldetunnel is zo slecht, dat vrachtwagens ervan kunnen stilvallen. Er is te weinig verse verbrandingslucht, waardoor de motoren van de vrachtwagens kunnen haperen. Het zuurstofpercentage is te laag en dus gevaarlijk voor mensen met pech. De tunneldirectie wuift dit allemaal weg. Als we de ‘niet nader te noemen deskundige’ uit de Provinciale Zeeuwse Courant van 14 augustus mogen geloven, is dit allemaal waar. Wij trekken het na. 

Aanleiding voor het artikel in de PZC is het onderzoek naar de luchtkwaliteit dat Statenlid  van de Partij van Zeeland Johan Robesin wil laten uitvoeren. Volgens hem is de huidige situatie een gevaar voor automobilisten in de tunnel. Het Statenlid beroept zich op een anonieme deskundige, die het probleem meerdere malen bij de directie van de tunnel zou hebben aangekaart. Leo Wolterman, manager Financiën & Control bij de Westerscheldetunnel, betwijfelt dit echter. “Het enige wat wij terug kunnen vinden is iemand die belde over een knipperend lampje in zijn auto”, vertelt hij. “Dat zegt misschien iets over zijn auto, maar niet over onze tunnel.”

De beweringen die de anonieme bron doet over de tunnel, raken volgens Wolterman kant noch wal. “We hebben ventilatoren in de tunnel die altijd zachtjes aan staan. Die zorgen voor genoeg frisse lucht. Mocht er brand zijn, schakelen ze automatisch over op de hoogste stand, zodat de rook wordt weggeblazen en er altijd goed zicht blijft.”

‘Geen aanleiding’

Wolterman is niet blij met de manier waarop het artikel geschreven is. “Iedereen mag dingen roepen, maar wij worden ontzettend in de verdediging gedrukt. Terwijl daar volgens onze onderzoeken helemaal geen aanleiding toe is.”

We bekeken de door Wolterman toegestuurde analyserapporten van 2006 en 2009. Deze wijzen er inderdaad op dat niks mis is met de lucht in de tunnel. In de onderzoeken worden de waarden van minerale olie, inhaleerbare stof, PAK’s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) en gassamenstelling gecontroleerd tijdens de avondspits in allebei de buizen van de Westerscheldetunnel. De uitvoerder van het onderzoek is SGS Belgium (www.sgs.be). Bij geen enkele test wordt de MAC-waarde (de Maximaal Aanvaarde Concentratie) overschreden. Geen aanleiding tot een onderzoek, zou je dus zeggen.

In het artikel in de PZC wordt  luchtkwaliteitexpert Ton Hauzer van het Zaltbommelse bedrijf UL Technology opgevoerd. “Hauzer kent het probleem niet, maar zegt dat vrachtauto’s theoretisch wel last kunnen hebben van slechte lucht”, zo staat geciteerd. Nogal een algemene uitspraak zonder onderbouwing, vindt ook Wolterman. “Ik snap dat het in theorie mogelijk is dat door zuurstoftekort motoren kunnen uitvallen. Daarom kunnen er op de maan geen auto’s rijden. Er is alleen geen enkele aanleiding om dit te zeggen over de tunnel.”

“Ik snap dat de tunnel zegt dat uit hun onderzoeken blijkt dat de luchtkwaliteit gewoon klopt”, legt Hauzer op verzoek uit. “Maar dat komt omdat ze op de verkeerde plek meten. Kijk, uitlaatgassen zijn zwaarder dan gewone lucht, en zakken naar beneden. Op de diepere punten van de tunnel zijn zuurstof en uitlaatgassen dus in verkeerde verhouding aanwezig en wordt de zuurstof weggedrukt. De tunnel heeft ventilatoren hangen aan het plafond, om bij calamiteiten rook weg te kunnen blazen. De hete lucht stijgt op en wordt weggeblazen, dat is een goede zaak. De schadelijke uitlaatgassen laag bij de grond blijven echter hangen.”

Ongezond

De kans dat door de slechte verhouding tussen uitlaatgassen en zuurstof motoren uitvallen, is volgens Hauzer moeilijk in te schatten. “Maar dat het ongezond is voor mensen die uitstappen staat wel vast. Op 12 juni van dit jaar heeft het IARC (International Agency For Research On Cancer, een onderdeel van de World Health Organization) zelfs vastgesteld dat er kankerverwekkende stoffen in dieselgassen zitten.” Hierdoor wordt de ophoping van uitlaatgassen in de tunnel toch in een ander, serieuzer licht gesteld.

“After a week-long meeting of international experts, the International Agency for Research on Cancer (IARC), which is part of the World Health Organization (WHO), today classified diesel engine exhaust as carcinogenic to humans (Group 1), based on sufficient evidence that exposure is associated with an increased risk for lung cancer”, valt er inderdaad te lezen in het rapport dat 12 juni verscheen. Groep 1 in dit onderzoek (dat al in 1988 begon) betekent dat er ‘genoeg bewijs’ is dat er kankerverwekkende stoffen in de dieselgassen zitten.

De uitspraken van  Statenlid Robesin lijken inderdaad gegrond. Wel is nu duidelijk dat er in het artikel meer dan een kort zinnetje van Hauzer had kunnen staan. Hij komt nu over als iemand die er niet veel van weet en alleen een algemene uitspraak doet over zijn vakgebied, terwijl bij nader onderzoek blijkt dat hij wel degelijk veel van het onderzoek af weet. De anonieme expert lijkt de waarheid te spreken… maar wie is dat toch?

“Dat ga ik je niet vertellen”, antwoordt Robesin. “Het niet één expert, maar een onderzoeksbureau. De reden dat ik de naam niet prijsgeef, is omdat dat bureau dan waarschijnlijk geen opdrachten meer krijgt. Dat is helaas de trend, zo werkt het momenteel in Nederland. Je moet als ingenieursbureau naar de mond praten van de overheid, anders kan je het schudden.”

Robesin vindt niet dat zijn bezwaren meer body hadden gehad met een erkende bron. “Ik neem de verantwoordelijkheid voor mijn uitspraken. Als ik als volksvertegenwoordiger zeg dat ik iets belangrijks  geconstateerd heb, en ik word niet serieus genomen, dan is er iets goed fout.” Toch lijken de uitspraken van Robesin niet sterk onderbouwd, ook omdat in het artikel sprake is van één deskundige. Had de journalist wat Robesin betreft misschien beter het woord ‘onderzoeksbureau’ kunnen gebruiken? “Nee dat hoeft niet. Een journalist moet altijd met controleerbare feiten komen, een politicus niet. Ik heb als volksvertegenwoordiger het recht om dingen die ik constateer aan te kaarten, en de media zijn daar een goed middel voor. Ik heb de naam van het bureau niet prijsgegeven, maar ik verzeker u: het onderzoek klopt.”

Bij de uitspraak dat een politicus geen controleerbare feiten hoeft te hebben, zijn  vraagtekens te plaatsen. Zeker in deze verkiezingstijd, waar factcheckers uitspraken van politici natrekken. Elk niet-controleerbaar feit wordt neergezet als een leugen en dat kan een politicus flinke schade toebrengen.

Of het onderzoek klopt, kunnen wij niet checken, aangezien het Statenlid zijn bron niet wil prijsgeven. Ook de tunneldirectie kan niet nagaan wie hen indirect zo in de verdediging drukt. Robesin vindt dat geen groot probleem. “Als een volksvertegenwoordiger iets aankaart, moeten ze dat serieus nemen. Dat vertrouwen moeten ze hebben. Maar naar mijn mening klopt er ook iets niet bij de tunnel. Ik zag laatst nog een auto stil staan op het diepste punt van de tunnel. Ze geven dan als reden ‘warmgelopen remmen’ en dergelijke. Heb je ooit wel ’s een auto zomaar stil zien staan langs de snelweg? Nee. En als ik de uitgebreide rapporten wil inzien, krijg ik die niet. Terwijl ik nota bene aandeelhouder ben. Waarschijnlijk denken ze: ‘Die Robesin heeft over alles wel wat te klagen.’ Dat is hun goed recht, maar het is toch een kleine moeite om iemand als Hauzer eens een kijkje te laten nemen in de tunnel en daar een onderzoek te laten doen?”

‘Beperkte ruimte’

“Dat die onafhankelijke expert bevestigde dat het verhaal kon kloppen, vond ik genoeg”, legt schrijver van het artikel René Schrier uit. “Ik weet dat hij er verstand van heeft en heb ook lang met hem gepraat, maar die ene zin vond ik goed genoeg. Ik werk voor een tabloid en dit was ook nog eens de opening. Dan heb je beperkte ruimte. Dat Robesin zegt dat een politicus nooit controleerbare feiten nodig heeft, is onzin. Daarom heb ik een bron gezocht die kan bevestigen dat zijn bron gelijk kan hebben, en dat het niet zomaar een uitspraak van iemand was. Ik ben geen politicus, maar een journalist, en die hebben wél controleerbare feiten nodig. Daarnaast heb ik wederhoor toegepast door iemand van de Westerscheldetunnel te bellen, dus ook die partij komt aan bod.”

Conclusie

Het is niet met zekerheid te zeggen of de beweringen van Robesin kloppen. Niet zonder de onderzoeken van zijn anonieme bron in elk geval. De onderzoeken van de Westerscheldetunnel liegen er niet om, maar de duiding van expert Ton Hauzer maakt het verhaal van de bron aannemelijker. De journalist heeft zijn journalistieke plicht in ieder geval goed gedaan, door uit te zoeken of de bron geen onzin verkocht en door wederhoor toe te passen.

Bronnen:
– Leo Wolterman – manager Financiën & Control bij de Westerscheldetunnel

– Analyserapporten van 2006 en 2009 over de luchtkwaliteit in de tunnel
– Onderzoek van het IARC van 12 juni dit jaar http://press.iarc.fr/pr213_E.pdf
– Johan Robesin – fractievoorzitter Partij voor Zeeland
– René Schrier – journalist van de PZC


Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder PZC

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s