‘Factchecken is belangrijk, maar goede journalistiek is meer dan dat’

Door Emma Veringa en Roel Kuilder 

Elsevier van 20 oktober 2012 buigt zich over de vraag hoe een burn-out te voorkomen is.  Het blad komt met cijfers, ‘ vele onderzoeken’ en een specifieke behandelmethode. Interessant, maar nu is het nog maar de vraag of de gegevens in het verhaal wel kloppen.

De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van 2010, volgens de auteur van het artikel dit jaar gepubliceerd, wordt aangedragen als bron. Dit is een onderzoek dat samen door TNO en het CBS is uitgevoerd. De auteur van het artikel, José van der Sman, claimt dat uit het onderzoek blijkt dat het percentage werknemers in Nederland dat kampt met klachten die horen bij overspannenheid en burn-out de afgelopen jaren is opgelopen. In 2007 was het percentage nog elf, in 2010 was het dertien.

Dat roept vragen op. De eerste vragen die we onszelf stellen: is de NEA van 2010 echt het meest recente onderzoek? En ook dit jaar gepubliceerd? Dat blijkt niet zo te zijn. Ook van 2011 is er sinds mei 2012 een rapport, terwijl het rapport over 2010 in 2011 is gepubliceerd.

 Cijfers

Dan is er natuurlijk nog de vraag of de cijfers kloppen. Die zijn makkelijk te achterhalen en kloppen inderdaad. We zien dat het percentage werknemers met klachten die horen bij overspannenheid en burn-out is toegenomen tussen 2007 (11,3 procent) en 2010 (13,1 procent). In 2011 liep het echter iets terug, naar 12,8 procent. Ook op CBS StatLine staan dezelfde cijfers.

Volgens Seth van den Bossche van TNO, die als coördinator van het onderzoeksprogramma van de NEA nauw betrokken was bij het onderzoek, moeten we als lezer overigens niet denken dat het eerder genoemde percentage werknemers ook daadwerkelijk dicht tegen een burn-out zit.“De ondervraagde mensen krijgen een aantal vragen over hun gezondheid. Als ze dan een bepaalde score halen, dan kunnen we stellen dat ze een burn-out kunnen krijgen. Dat betekent niet dat ze het ook daadwerkelijk krijgen. We stellen geen diagnose.”
Ook blijkt volgens Van der Sman uit NEA-cijfers dat in 2010 de kosten van het ziekteverzuim wegens psychische klachten, overspannenheid en burn-out ruim twee miljard euro bedroegen. Volgens Van den Bossche kan dit cijfer kloppen, maar kunnen ze niet rechtstreeks uit de NEA zijn gehaald. Daarvoor moeten nog verschillende berekeningen gedaan worden. Volgens Van den Bossche moeten we aan ziekteverzuimkosten van ruim tweeënhalf miljard euro denken. “Maar dat zijn altijd schattingen. Per beroep is het namelijk anders. Een timmerman herstelt misschien sneller dan een accountant.”

Mensen met een burn-out zijn volgens het artikel gemiddeld een half jaar uit de roulatie, ook volgens Van den Bossche. “Wanneer mensen aangeven dat ze een burn-out  hebben, dan blijven we ze volgen. Dit gaat op verschillende manieren. Zo weten we wanneer ze weer aan het werk gaan. Het klopt dus.” Verder is volgens het artikel zestien procent van de ziekteverzuimdagen in 2010 toe te schrijven aan psychische klachten, waaronder overspannenheid en burn-out. Dat houdt in dat niet de gehele zestien procent toe te schrijven is aan overspannenheid en burn-out. Hoeveel procent dan wel concreet kan worden toegeschreven aan overspannenheid en burn-out is niet bekend.

 Hersenonderzoek

Van der Sman draagt ook een onderzoek aan van de Radboud Universiteit Nijmegen uit 2010. Uit dat onderzoek zou zijn gekomen dat de hersenactiviteit van gezonde mensen verschilt van die van mensen met een burn-out. Zo zou bij personen met een burn-out de buitenste laag van de hersenen (de cortex) een verminderde activiteit vertonen ten opzichte van gezonde mensen. Dit houdt in dat burn-outpatiënten zich mentaal meer moeten inspanning om prikkels automatisch te verwerken. Dat onderzoek willen we natuurlijk zien. Dat is makkelijk. We typen “universiteit van nijmegen hersenonderzoek burn-out” in op google en krijgen als eerste een publicatie van het Radboud Universiteit over het onderzoek. ‘Burn-out voor het eerst in hersenen zichtbaar’, zegt de kop.  Het artikel verwijst door naar het originele onderzoek van de onderzoekers Van Luijtelaar, Verbraak, Van den Bunt en Keijsers die allen verbonden zijn aan de Radboud Universiteit. Het onderzoek is gepubliceerd onder de titel ´EEG Findings in Burnout Patients´ in The Journal of Neuropsychiatry and Clinical Neurosciences. Wat in het onderzoek staat sluit aan wat er in het artikel staat van Elsevier. Zo wijst het onderzoek inderdaad op de verminderde werking van de buitenste laag van de hersenen bij burn-outpatiënten ten opzichte van gezonde personen. De onderzoekers stellen dat dit erop wijst dat burn-out patiënten moeite hebben om informatie automatisch te verwerken. Prikkels worden volgens het onderzoek meer ‘bewust’ verwerkt. Dat vergt meer mentale inspanning en volgens het onderzoek komt daar de vermoeidheid van burn-out misschien vandaan.

Om wat meer duidelijkheid te krijgen leggen we een paar feiten en uitspraken uit het artikel voor aan een specialist. Professor Arbeids- en organisatiepsychologie van Universiteit Utrecht Toon Taris verdiept zich in de psychologie achter burn-outs en deed eerder onderzoek naar burn-outs. Volgens Taris lijkt het erop dat er verschillende soorten burn-outs zijn en hangt het er dus maar net vanaf wat de beste aanpak is.

“In de praktijk blijkt dat je met een 10 tot 15 weken durende therapie vaak alweer voor een groot deel aan het werk bent. Het gaat dan om een gestructureerde aanpak, waarbij deelnemers een vast protocol volgen. Wat in ieder geval níét werkt is mensen lekker een tijdje thuis te laten zijn om te ‘herstellen’. Dat leidt ertoe dat mensen een grote afstand krijgen van het werk, niet meer terug willen en bang zijn dat ze bij terugkeer weer snel opgebrand raken.”

Burn-out veroorzaakt door werkdruk?

In het artikel wordt Willem van Rhenen, Hoogleraar Engagement & Productivity aan Nyenrode Business University geciteerd. Van Rhenen stelt dat een burn-out niet wordt veroorzaakt door een hoge werkdruk. “Mensen kunnen keihard werken zonder last te hebben van slopende stress.” We zijn benieuwd of de journalist de uitspraken van Van Rhenen juist heeft geïnterpreteerd. We willen ook weten waarop de uitspraak van Van Rhenen is gebaseerd. “Ik baseer mijn uitspraak op het Job Demands Resources model. Met dit model wordt duidelijk dat veel werk eigenlijk nooit tot klachten leidt, maar dat gebrek resources dit veroorzaakt. Bijvoorbeeld het wegvallen van steun van je baas of collega’s kan ertoe leiden dat veel werk ineens als ‘te veel werk’ gepercipieerd wordt. Het feit dat mensen in een tijd van financieel economische crisis kunnen klagen over te veel werk zou iedereen aan het denken moeten zetten. Juist wanneer er te veel werk is doen bedrijven en werknemers het goed, want dan kunnen ze uitbreiden. Het probleem en tegelijkertijd de oplossing zit dus in resources”, aldus Van Rhenen.

Persoonlijkheidskenmerken

Het artikel stelt dat vele onderzoeken in binnen- en buitenland hebben aangetoond dat een burn-out samenhangt met bepaalde persoonlijkheidskenmerken. Dit klinkt een beetje vaag. Welke onderzoeken bedoelt de auteur en wat zijn dan die specifieke persoonskenmerken? Na wat zoekwerk vinden we een onderzoek dat uitleg geeft. De Vrije Universiteit van Amsterdam deed in 2007 onderzoek naar de relatie tussen leiderschapsstijlen en een burn-out. Dit onderzoek laat zien dat betrokkenheid bij je beroep, de controle die je hebt en de uitdaging van je baan, een ‘niet actieve copingstijl’ (de manier waarop je omgaat met problemen en gevoelens) en het toeschrijven van gebeurtenissen en prestaties aan anderen of toeval, met een burn-out samenhangen.

Theo Vervoort, werkzaam als communicatiemedewerker bij GGZ Breburg- regio West en Midden Brabant, vertelt: “Vaak overkomt het juist mensen die hoge eisen aan zichzelf stellen en moeite hebben om nee te zeggen. Als ze te veel werk hebben, proberen ze dit toch, tegen beter weten in, af te krijgen. Ook laten zij bij hoge werkdruk sneller activiteiten uit het sociale leven schieten, waardoor ze ook op dat vlak problemen kunnen ervaren. Onduidelijke, te zware of juist te lichte werkzaamheden spelen ook een rol. Wanneer er binnen de organisatie een slechte sfeer hangt, wanneer er gepest wordt of wanneer er veel veranderingen zijn, kan dit ook invloed hebben op het ontstaan van een burn-out.”

Prestatievermindering

De auteur vertelt in het artikel dat vele onderzoeken laten zien dat er nauwelijks sprake is van prestatievermindering tijdens een burn-out. Klopt dit wel? We zijn benieuwd welke studies de auteur heeft geraadpleegd. Na wat zoekwerk vinden we enkele studies waarin het verband tussen prestatievermindering en een burn-out wordt uitgelegd. De meeste onderzoeken zijn specifiek gericht op een bepaalde beroepsgroep. Een gezamenlijk onderzoek van de Erasmus universiteit en Universiteit Utrecht, door de onderzoekers Demerouti, Verbeke en Bakker uit 2005, naar de relatie tussen prestatie en burn-out onder accountmanagers, toont aan dat werknemers wel minder presteren als ze last hebben van een burn-out.

Ook de eerdergenoemde professor Toon Taris deed in 2007 onderzoek naar de relatie tussen prestaties van werknemers en burn-out. Hij concludeerde dat de relatie tussen burn-out en prestatievermindering tamelijk zwak is. Taris baseert zijn conclusie op een inventarisatie van zestien studies onder 3700 werknemers. In deze studies werd de prestatie gemeten aan de hand van onder meer het oordeel van leidinggevenden en collega’s van betreffende werknemers.

Het ene onderzoek laat dus zien dat er wel een relatie is tussen prestatievermindering en burn-out, het andere onderzoek toont juist het tegenovergestelde. De auteur stelt ‘vele onderzoeken hebben aangetoond dat..,’ maar na wat research lijkt deze uitspraak dus niet geheel correct.

Reactie journalist

We nemen contact op met de auteur van het artikel, José van der Sman. Ze wil graag meewerken aan ons onderzoek: “ Factchecken is belangrijk, want feiten moeten kloppen. Maar goede journalistiek is meer dan dat. Het is ook algemene ontwikkeling, gespecialiseerde kennis opbouwen en gebruiken, het historisch perspectief in de gaten houden, permanent professioneel en privé je ogen en oren open houden voor ontwikkelingen in de maatschappij in het algemeen en je eigen ‘gebieden’ in het bijzonder. En uiteindelijk is het ook op je gezond verstand én je niet pluis-gevoel vertrouwen.” Van der Sman is al 24 jaar verbonden aan Elsevier, gespecialiseerd in geneeskunde, psychologie en pedagogie en heeft naar eigen zeggen ‘minstens duizend artikelen geschreven’.

Snel schakelen we over naar dit artikel. Het eerste wat we Van der Sman vragen, is waarom ze in haar artikel een aantal malen ‘vele onderzoeken’ gebruikt, zonder een onderzoek te noemen. “Ik weet uit eigen journalistieke ervaring dat het burn-out syndroom in de jaren negentig van de vorige eeuw in Nederland kwam aanwaaien uit de VS en Canada na opmerkelijk onderzoek van Christina Maslach en Michael Leiter. Zij koppelden burn-out in hun boeken The Truth about Burnout en Banishing Burnout nog louter aan werkomstandigheden en persoonlijkheidsfactoren. Maar dankzij de vooruitgang in de wetenschap wordt nu wereldwijd in vakkringen algemeen aangenomen dat naast werk en persoonlijkheidsfactoren ook privésores een belangrijke bijdrage levert aan burn-out. Er ligt aan dit feit in mijn artikel dus niet één recent onderzoek ten grondslag, maar een wereld aan onderzoeken. In zulke gevallen formuleer ik ‘uit vele onderzoeken blijkt dat…’”

Ook willen we weten waarom de snelle en intensieve behandelmethode van een burn-out zo naar voren komt als een juiste methode. Niet iedereen is daar namelijk voorstander van, bleek uit onze bevindingen. Het blijkt dat Van der Sman voor het schrijven van dit artikel gesprekken heeft gevoerd met burn-out patiënten.  “Ik weet dat er in de hele geestelijke gezondheidszorg nu naar gestreefd wordt om patiënten met een depressie of burn-out binnen enkele maanden weer aan het werk te krijgen, al is het maar parttime. Dat dit inmiddels breed gedragen beleid binnen de GGZ en bedrijfsgeneeskunde is, werd ook weer duidelijk uit de gesprekken die ik voor dit verhaal ( en eerder privé) voerde met burn-out patiënten.”

Dan zijn er natuurlijk nog de cijfers. De NEA van 2010 is namelijk gebruikt en niet de meer recente NEA van 2011. We vragen waarom die van 2010 is gebruikt en niet die van een jaar later. “Bij het zoeken naar harde cijfers was er het probleem dat ‘psychische klachten, overspannenheid en burn-outklachten’ op een hoop gegooid worden. Ik kon geen recente aparte burn-outcijfers vinden bij de gebruikelijke meest betrouwbare bronnen: CBS, RIVM, Trimbos Instituut, NIVEL. Wel een bericht bij het CBS (Webmagazine dinsdag 25 oktober 2011) waarin verwezen wordt naar NEA 2010. Uiteindelijk heb ik gebruik gemaakt van cijfers uit NEA 2010 en het document ‘Ziekteverzuim in Nederland in 2010’, (gepubliceerd op 12 maart 2012) waarvan de gegevens ook afkomstig waren uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden 2010. Ik moet ook gezocht hebben naar de uitkomsten van NEA 2011, dat kan niet anders, maar heb die blijkbaar niet gevonden. Misschien was die begin september nog niet uit, helaas weet ik dat niet meer. Uiteindelijk heb ik de cijfers zo gepresenteerd in de overtuiging dat ze een goede indicatie waren van de ernst en omvang van het probleem.

Conclusie

José van der Sman heeft een goed wetenschappelijk artikel geschreven. Alleen het noemen van meer bronnen zou geen kwaad kunnen. Het is duidelijk dat de journalist deskundig is en zich heeft verdiept in het onderwerp. Ze heeft gesprekken gevoerd met patiënten en weet zelfs nog welke bronnen ze geraadpleegd heeft. Jammer is het feit dat ze de NEA van 2010 heeft gebruikt, want in september was de NEA van 2011 al uit. Ook kan het voor de lezers verwarrend zijn dat meerdere keren “vele onderzoeken hebben aangetoond dat…” wordt genoemd.  De lezer kan zich dan afvragen over welke onderzoeken het specifiek gaat, want niet iedere lezer van Elsevier zal op de hoogte zijn van de kennis en ervaring van Van Der Sman.

 

Bronnen

  • Hoe u een burn-out kunt voorkomen – Elsevier, 20 oktober 2012
  • Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2007 (samenwerking van TNO en CBS)
  • Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2008 (samenwerking van TNO en CBS)
  • Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2009 (samenwerking van TNO en CBS)
  • Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2010 (samenwerking van TNO en CBS)
  • Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2011 (samenwerking van TNO en CBS)
  • Statline CBS
  • Burn-out voor het eerst in hersenen zichtbaar – dr. Gilles van Luijtelaar, Radboud Universiteit Nijmegen, 20 mei 2010
  • EEG Findings in Burnout Patients – The Journal of Neuropsychiatry and Clinical Neurosciences 2010 (Spring Issue)
  • Leiderschap en burn-out, onderzoek naar de relaties tussen leiderschapsstijlen en burn-out. 2007 M. Linthout – Vrije universiteit van Amsterdam
  • Exploring the Relationship Between a Multidimensional and Multifaceted Burnout Concept and Self-Rated Performance, Evangelia Demerouti, Willem J. M. I. Verbeke, Arnold B. Bakker. 2005, samenwerkingsproject tussen de Erasmus Universiteit en Universiteit Utrecht
  • http://stress.about.com/od/burnout/a/mental_burnout.htm
  • Interview Loek Kusiak  met professor Toon Taris voor de NISB (pdf bestand)
  • Burn-outcoach Marine Schriek
  • Psycholoog Roelofs uit Den Bosch (wilde niet met haar voornaam genoemd worden)
  • Seth van den Bossche, TNO
  • Theo Vervoort, GGZ Breburg
  • Toon Taris Professor Arbeids- en organisatiepsychologie van de Universiteit Utrecht

1 reactie

Opgeslagen onder Elsevier

Een Reactie op “‘Factchecken is belangrijk, maar goede journalistiek is meer dan dat’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s