Dissociatieve fugue Jasper S. Stoornis of media-diagnose?

AD_logo-fc-verloop2Door Dolf de Weijer en Tarek Vandervorst
Dertien jaar na de moord op Marianne Vaatstra in Zwaagwesteinde was er 19 november 2012  een doorbraak. Via DNA-onderzoek vond men een DNA-match, overeenkomend met sporen op het stoffelijk overschot. Jasper S., een 45-jarige boer uit Oudwoude, werd aangehouden en media doken massaal op de zaak.

Er was een 100% DNA-match en zowel tv (Mathijs van Nieuwkerk in De Wereld Draait Door) als landelijke kranten (Metro, Nederlands Dagblad) berichtten direct van een dader. Jasper S. zou een psychische stoornis hebben, een zogenoemde dissociatieve fugue. Hoe kwam deze berichtgeving tot stand en was die even nauwkeurig als de DNA-match?

In ons onderzoek kijken we hoe de psychische stoornis van Jasper S. in de media kwam en of er feiten aan ten grondslag liggen. Hierna nemen we specifiek de berichtgeving van het Algemeen Dagblad onder de loep.

Eerste berichtgeving

Van de landelijke kranten bericht het NRC Handelsblad als eerste (19 november) over een dissociatieve stoornis. Volgens het artikel zou de stoornis enkele jaren geleden zijn geconstateerd toen Jasper S. veroordeeld werd voor een joyride. De krant voert een buurvrouw van S. op als bron. In het artikel ‘Jasper S. leek degelijke man’ schrijven NRC- journalisten Karin de Mik en Merel Thie: Dijkstra keek er wel van op dat hem (Jasper S.) enkele jaren geleden een boete van 750 euro werd opgelegd, omdat hij de auto van een boer in de buurt had gestolen. Met de Volkswagen Passat reed hij ’s nachts met 140 door de buurt, toen de politie de achtervolging inzette. Een psychiater concludeerde volgens haar (buurvrouw Tjitske Dijkstra) destijds dat hij aan ‘dissociatieve fugue’ leed, een psychiatrische aandoening waarbij iemand met identiteitsproblemen voor een dreiging vlucht – letterlijk of figuurlijk. (BRON: NRC, Jasper S. leek degelijke man, 19-11-2012)

NRC trok vijf dagen later het boetekleed aan. Ombudsman Sjoerd de Jong kwam op het artikel terug in het stuk ‘Drama in het dorp: groot nieuws, maar nog geen uitgemaakte zaak’. Hij schrijft: In de reportage van De Mik stond dat de verdachte volgens de buurvrouw een psychiatrisch verleden had: “Een psychiater concludeerde volgens haar dat hij aan ‘dissociatieve fugue’ leed.” De fugue schopte het tot Pauw & Witteman. Hoe weet die buurvrouw dat? Uit de krant. De Mik had de redactie doorgebeld dat de buurvrouw haar een knipsel liet zien uit het Nieuwsblad Noordoost- Friesland, met een rechtbankverslag uit 2009 waarin deze bewering staat over een 42-jarige Oudwoudse man, met een slag om de arm (“volgens een door de verdachte geraadpleegde psychiater kan er sprake geweest zijn van…”). ,,Dat is mijn buurman”, had ze gezegd.  Omdat toen nog niet 100 procent zeker was dat het om dezelfde man ging, schreef de krant de uitspraak over de psychiater maar geheel toe aan de buurvrouw. Misschien vergiste ze zich wel. Ja, maar dat is nog geen reden haar die bewering uit de krant in de mond te leggen. (BRON: NRC, Drama in het dorp: groot nieuws, maar nog geen uitgemaakte zaak, 24-11-2012)

Na de berichtgeving van NRC berichten onder meer de Volkskrant, de Telegraaf, het Algemeen Dagblad en het Nederlands Dagblad over een dissociatieve stoornis. Behalve bronnen als ‘vrienden, dorpsbewoners, kennissen en bekenden van Jasper S.’ wordt vaak verwezen naar een rechtbankverslag van 9 oktober 2009. De Volkskrant en het Nederlands Dagblad houden een slag om de arm en spreken van ‘een mogelijke stoornis’.

De Telegraaf schrijft dat een psychiater de stoornis heeft vastgesteld (Bron: ‘Boer S. zweeg 13 jaar’, 20 november) en het Algemeen Dagblad stelt dat de verdachte met de stoornis kampt. Op de AD-voorpagina van 20 november brengen journalisten Tobias den Hartog en Laura Schalkwijk het artikel “Verdachte in zaak-Vaatstra heeft stoornis”; de kop tussen aanhalingstekens.

“Ik heb geen psychiatrisch rapport gezien”

In het AD-verhaal “Verdachte in zaak-Vaatstra heeft stoornis” zijn de  bronnen ‘vrienden en bekenden van Jasper S.’. Later in het artikel brengen de journalisten de stoornis als een feit. Een andere bron is het rechtbankverslag uit 2009:
Volgens vrienden en bekenden van de man lijdt hij aan een psychische stoornis.(…) Jasper S. kampt met een zogenoemde dissociatieve stoornis, waardoor hij soms niet beseft wat hij doet en wat de gevolgen zijn. De aandoening kan gepaard gaan met geheugenverlies. (…) De stoornis is door een psychiater ontdekt toen hij in 2009 werd veroordeeld voor joyriding, blijkt uit een rechtbankverslag. (BRON: AD, “Verdachte in zaak-Vaatstra heeft stoornis”, 20-11-2012)

We blijven met de nodige vragen zitten. Hoe zit het met die zaak uit 2009, waar verschillende media zich op baseren? Is er een psychiatrisch rapport? Wie heeft gezegd dat het een dissociatieve stoornis betreft? Is het rechtbankverslag een betrouwbare bron? We gaan op onderzoek.

Na enig speuren op internet troffen wij het originele rechtbankverslag aan. Het gaat om het artikel ‘Inwoner Oudwoude steelt auto: “Dit past niet bij mij”‘ uit Nieuwsblad Noord-Oost Friesland. Het artikel – dat geen auteursvermelding heeft – vermeldt dat ‘de Oudwoudster’ (Jasper S. red.) zelf een psychiater raadpleegde die sprak over een mogelijke dissociatieve stoornis.

“Volgens een door de Oudwoudster geraadpleegde psychiater kan er sprake geweest zijn van een soort van stoornis -‘dissociatieve fugue’- waarbij iemand van alles doet, zonder dat hij echt beseft wat hij doet en zonder dat hij zicht heeft op de gevolgen. De officier van justitie wou best aannemen dat de man tijdens het plegen van de feiten enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was.” (BRON: Nieuwsblad Noord-Oost Friesland, Boete voor nachtelijk joyritje, 09-10-2009)

Na een telefoontje met nieuwsredacteur Anne de Jong van Nieuwsblad Noord-Oost Friesland blijkt dat het verslag geschreven is door freelance rechtbankverslaggever Renze van der Sluis. Op zijn twitteraccount blijkt dat in ieder geval de NOS heeft geïnformeerd naar zijn verhaal.

20 november Renze van der Sluis@renzevdsluis
Net gebeld door de NOS, of ik nog iets kan zeggen over de zaak bij de politierechter van Jasper S. Eventueel voor een interview 1/2

20 november Renze van der Sluis@renzevdsluis
Helaas voor de NOS en iedereen die van plan is om te bellen: ik kan me niets meer van die zaak herinneren, zelfs de man zelf niet 2/2

20 november Renze van der Sluis@renzevdsluis
Blijkt dat ik de enige verslaggever ben die bij die zaak heeft gezeten. Is niets van blijven hangen, zegt wrsch ook iets over Jasper S.

Ondanks dat Van der Sluis op Twitter zegt niets van de zitting te herinneren, besluiten we te bellen. Al is het maar met de vraag welke media zijn verhaal nog meer hebben gecheckt. Van der Sluis vertelt dat hij alleen benaderd is door de NOS, de Volkskrant en Dagblad van het Noorden, maar ook dat dat misschien komt door zijn tweets. Bij navraag over de zitting blijkt hij toch nog het één en ander van de zaak te weten. “Over de verdachte herinner ik me weinig tot niets, maar de zaak zelf staat me nog een beetje bij. Dat kwam vooral omdat het een apart verhaal was. Een oudere man die zich schuldig had gemaakt aan joyriden, dat soort delicten is meestal iets van jongeren”, aldus Van der Sluis.

Op de vraag of er een psychiatrisch rapport aan de rechter is overgedragen of dat de rechter daar naar heeft gerefereerd, zegt hij: “Ik heb geen psychiatrisch rapport gezien. Wat ik me herinner, is dat Jasper S. zelf zei een psychiater te hebben bezocht. Volgens mij was er niet eens een advocaat aanwezig, maar daar ben ik niet honderd procent zeker over. Ik weet nog dat ik achteraf aan iemand van de rechtbank heb gevraagd hoe ik de genoemde stoornis moest schrijven.” Wat vindt Van der Sluis ervan dat zijn stuk vaak wordt aangehaald. “Het is apart dat nu blijkt dat ik de enige journalist ben die tegenover de vermoedelijke moordenaar van Marianne Vaatstra heb gezeten.” En zou hij ook zeggen dat Jasper S. de psychische stoornis dissociatieve fugue heeft? “Tja, ik weet alleen dat Jasper S. of zijn advocaat zoiets gezegd heeft.”

We proberen meer duidelijkheid te verkrijgen door Jasper S’ advocaat van toen, raadsvrouw Cynthia Grondsma, te bellen. Zij doet echter geen enkele mededeling over de zaak. Voor de joyride moest Jasper S. destijds voorkomen bij een politierechter. Deze rechter spreekt recht bij eenvoudige strafzaken, waarbij de uitspraak niet standaard gepubliceerd wordt. Een woordvoerder van sector kanton Sneek, dat valt onder rechtbank Leeuwarden, leest ons desgevraagd aantekeningen over de joyride-zaak uit 2009 voor. Deze reppen met geen woord over een psychiatrisch rapport. Wij vinden geen betrouwbaar bewijs om te stellen dat Jasper S. een dissociatieve fugue heeft. Zelfs of hij écht is onderzocht, kunnen we niet vaststellen. We besluiten het te vragen aan de journalisten van het AD.

De AD-journalisten over hun werkwijze

Van het AD bellen we met Tobias den Hartog en Koen Voskuil. Hartog was samen met Laura Schalkwijk auteur van ‘Verdachte in zaak-Vaatstra heeft stoornis’ en Voskuil schreef het artikel ‘Bij dissociatieve stoornis valt persoonlijkheid uiteen’. Ook in het artikel van Voskuil staat dat de verdachte aan een stoornis lijdt: ‘In 2008 maakte hij een bizarre joyride waarvan hij zich achteraf niets kon herinneren. Uit onderzoek bleek dat hij leed aan een dissociatieve stoornis; een afwijking waarbij het bewustzijn tijdelijk wordt overgenomen.’ (BRON: AD, Bij dissociatieve stoornis valt persoonlijkheid uiteen, 20-11-2012)

Hartog geeft aan dat Schalkwijk en hij gesproken hebben met vrienden en bekenden van Jasper S. Zij vertelden dat Jasper S. is onderzocht door een psychiater. Daarnaast baseren de journalisten zich op het rechtbankverslag van Renze van der Sluis. Den Hartog heeft Van der Sluis niet gesproken over zijn rechtbankverslag. “Nee, die heb ik niet gesproken. Het moest in één dag”, aldus de journalist.

In het rechtbankverslag staat dat Jasper S. mogelijk kan lijden ‘aan een soort van stoornis – dissociatieve fugue’. Hoe wist Den Hartog dat Jasper S. daadwerkelijk met de stoornis kampt, zoals zijn artikel vermeldt? “Je ziet vaker bij psychische stoornissen dat het niet helemaal is vast te stellen, maar een dissociatieve stoornis is er één die je heel je leven bij je draagt. In de wetenschap wordt vaak een slag om de arm gehouden, maar in de berichtgeving gaat deze nuance wel eens verloren. Denk bijvoorbeeld aan het narcisme van Robert M. Dat was ook niet vastgesteld voordat media daarover berichtten.”

Den Hartog vindt dat het AD genuanceerd berichtte: “De kop staat als citaat en we verwijzen naar vrienden, kennissen en het rechtbankverslag. Ik zie niet dat wij stelliger zijn geweest dan andere media.” Maar een door de AD-journalisten opgetekende zin – ‘Jasper S. kampt met een zogenoemde dissociatieve stoornis’ – biedt toch weinig ruimte voor interpretatie, vragen we. “Ja”, zegt Den Hartog, “daar heb je me. Die zin had ik iets voorzichtiger kunnen brengen, maar ik sta achter mijn verhaal.”

Na doorvragen geeft de journalist nog een reden hiervoor: “We hebben informatie van een andere bron vernomen, maar die kon ik niet opvoeren omdat deze anoniem moest blijven. Voor de lezer zou het niet duidelijker geworden zijn als ik de bron had vermeld.” De journalist blijft achter zijn verhaal staan. “Het zou mij hogelijk verbazen als het Pieter Baan Centrum niet tot dezelfde conclusie komt als ze Jasper S. onderzoeken”, aldus Den Hartog.

Ook Voskuil van het AD vroegen we naar zijn artikel ‘Bij dissociatieve stoornis valt persoonlijkheid uiteen’. In het artikel schrijft hij: “Uit onderzoek bleek dat hij (Jasper S.) leed aan een dissociatieve stoornis (…)” We vroegen hem wat hij verstaat onder dat onderzoek. Hierbij verwijst Voskuil naar het rechtbankverslag. Daarnaast stelt hij zich vooral gebaseerd te hebben op berichten van zijn AD-collega’s, die in Friesland onderzoek deden. De bekende bronnen: buren, vrienden en kennissen van Jasper S., passeren de revue.  Op de vraag of die dan een psychiatrische stoornis kunnen vaststellen, moet hij lachen: “Nee, natuurlijk niet, maar we gingen ook af op het rechtbankverslag.” Toch geeft Voskuil toe –  mede gezien de nuance over de stoornis in het rechtbankverslag – dat het genuanceerder gebracht had kunnen worden. “De snelheid van berichtgeving speelt een rol in deze. Later brachten we meer verhalen over wat een dissociatieve stoornis inhoudt. Ik denk dat daardoor alsnog de nuance is gebracht”, aldus Voskuil.

Conclusie

Uit ons onderzoek blijkt dat de vermoedelijke psychische stoornis van Jasper S. niet feitelijk is vast te stellen. Er zijn geen bewijzen in de vorm van een onderzoeksrapport of een uitspraak van een arts. De bronnen die zijn opgevoerd betreffen vooral vrienden en kennissen uit de omgeving van Jasper S. Van de journalist die het rechtbankverslag schreef, hoorden we dat Jasper S. zelf over zijn psychische stoornis sprak. Dat lijkt ons niet de meest betrouwbare bron en we misten dit gegeven in de berichtgeving. Wel geeft AD-journalist Den Hartog aan over een anonieme bron te beschikken, waarop hij zijn conclusies baseert. De toekomst moet uitwijzen of Jasper S. echt een dissociatieve stoornis heeft of dat media te vlug een diagnose hebben gesteld.

Update: http://www.nu.nl/binnenland/3353720/jasper-s-volledig-toerekenings–vatbaar.html

Bronnen:

Advertisements

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een Reactie op “Dissociatieve fugue Jasper S. Stoornis of media-diagnose?

  1. Thanks for every other fantastic post. The place else may
    just anyone get that kind of info in such a perfect method
    of writing? I’ve a presentation next week, and I’m at the search for such information.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s