Pronkt FD-journalist met andermans veren?

Door Martin Milicevic

fdFHJ Factcheck werd op maandag 24 oktober getipt door een oplettende lezer over een artikel in Het Financieele Dagblad dat ‘verdacht veel’ overeenkomsten vertoont met een ingezonden stuk op www.dailypress.com.  FHJ Factcheck nam de artikelen onder de loep, vond enkele fouten in het FD-artikel en concludeert daarnaast dat de schrijver nogal pronkt met andermans veren.

Marcel de Boer schreef in het FD.nl van 25 oktober een artikel over de economische malaise. Hij vergeleek de huidige kredietcrisis met die van 1873. Een oplettende lezer wees FHJ Factcheck op een artikel dat ‘verdacht’ veel leek op het stuk in Het Financieele Dagblad. Het ging om een ingezonden stuk op www.dailypress.com van Scott Reynolds Nelson, professor geschiedenis aan het College of William and Mary. Zijn analyse van de kredietcrisis had dezelfde strekking als die van Marcel de Boer, maar was eerder gepubliceerd (9 oktober 2008).

Verkeerd citaat
FHJ Factcheck deed een inhoudsanalyse en ontdekte een fout in het artikel van Marcel de Boer. Zijn verhaal over de kredietcrisis bevat een citaat dat ook te vinden is in het artikel van Scott Reynolds Nelson. Echter, Nelson citeert zijn overgrootmoeder, terwijl de FD-journalist het citaat aan historicus Ron Chertow toeschrijft.
Het gaat om de volgende fragmenten:

“In fact, the current economic woes look a lot like what my 96-year-old grandmother still calls “the real Great Depression.” She pinched pennies in the 1930s, but she says that times were not nearly so bad as the depression her grandparents went through.”

‘Mijn oma vertelde geregeld over de ellende in de jaren dertig’, schrijft historicus Ron Chertow in zijn boek over de grote bankier John Pierpont Morgan. ‘Ze zei er echter wel altijd bij dat het wel meeviel vergeleken met de ellende die háár oma moest doorstaan.

FHJ Factcheck zocht via books.google.nl naar schrijver Ron Chertow, maar vond geen resultaten. Een zoektocht naar John Pierpont Morgen leverde meer resultaat op. Op de wikipedia-pagina van John Pierpont Morgan stond onder ‘reference’ het volgende: Chernow, Ron. The House of Morgan: An American Banking Dynasty and the Rise of Modern Finance, (2001). Het was dus niet Chertow, maar Chernow. Een tikfout van de journalist.

Nu was het de vraag van wie dat citaat afkomstig was: van Ron Chernow of van de grootmoeder van Scott Reynolds Nelson. Via books.google.nl is het mogelijk om zinnen of woorden in een bepaald boek op te zoeken. FHJ Factcheck zocht in het boek The House of Morgan naar een citaat dat overeenkwam met het citaat in Het Financieele Dagblad en DailyPress.com. De termen ‘grandmother’, ‘the real Great Depression’ en ’96-year-old’ leverden geen hits op.

We zochten contact met Marcel de Boer in de hoop meer duidelijkheid te krijgen. De Boer liet telefonisch weten een fout te hebben gemaakt. Hij had onterecht het citaat van professor Nelson overgenomen. Het citaat dat hij aanvankelijk wilde gebruiken, stond in een artikel van Andrew Leonard op www.jason.com. Ook journalist Leonard legde een link tussen de huidige economisch crisis en de Lange Depressie van 1873. In zijn artikel is het citaat te vinden dat de FD-journalist voor zijn verhaal wilde gebruiken:

But historian Ron Chernow, in his magisterial account of the birth of modern finance, “The House of Morgan,” cites an interesting quote from financial journalist Alexander Dana Noyes that provides some perspective.
“To my parents and to the outside world, the financial crash of September 1873 had been as memorable a landmark as, to the community of half a century later, was the panic of October 1929.”

‘Verdacht’
Maar de tipgever lichtte ons in vanwege een andere reden. Het verhaal van Marcel de Boer zou ‘verdacht veel’ lijken op het verhaal van professor Nelson. FHJ Factcheck legde de verhalen naast elkaar (zie hieronder) en vergeleek ze. Onze conclusie is dat de FD-journalist behoorlijk leunt op het artikel van professor Scott Reynolds Nelson. In de artikelen vertonen diverse alinea’s qua inhoud en opbouw duidelijk overeenkomsten. FHJ Factcheck concludeert dat de FD-journalist pronkt met de veren van professor Nelson en we vragen ons af waarom hij in zijn artikel niet naar dat eerdere artikel verwijst.

Reactie
Marcel de Boer vertelt ons ‘medegeïnspireerd’ te zijn door het stuk van professor Scott Reynolds Nelson op www.dailypress.com. Een verwijzing naar de publicatie van Nelson vond hij echter niet nodig: “Ik had het idee al eerder, maar hij (Nelson, red.) heeft mijn gedachten wel een lijn gegeven”, aldus De Boer. Hij is – naar eigen zeggen – door iemand anders gewezen op het verhaal van Scott Reynolds Nelson. Over het verkeerd gebruik van de citaten is Marcel de Boer duidelijk: “Ik heb de citaten door elkaar gehaald en aan de verkeerde toegeschreven. Dat is slordig.”

Rest er nog één vraag: wat was het motief van de tipgever? De man, historicus van beroep, laat desgevraagd weten bij toeval op de overeenkomst tussen beide artikelen te zijn gestuit. Hij heeft verder geen enkele relatie met de auteur.

Bronnen:
Het Financieele Dagblad (http://www.iex.nl/forum/topic.asp?topic=1183332&forum=23)
Artikel Scott Reynolds Nelson op Dailypress.com (http://www.dailypress.com/news/opinion/dp-op_nelson_1009oct09,0,1077459.story)
Books.google.nl
Artikel van Andrew Leonard (http://www.jason.com)
Marcel de Boer



Enkele vergeleken passages:

Scott Reynolds Nelson:
The problems had emerged around 1870, starting in Europe. In the Austro-Hungarian Empire, formed in 1867, in the states unified by Prussia into the German empire, and in France, the emperors supported a flowering of new lending institutions that issued mortgages for municipal and residential construction, especially in the capitals of Vienna, Berlin and Paris. Mortgages were easier to obtain than before, and a building boom commenced. Land values seemed to climb and climb; borrowers ravenously assumed more and more credit, using unbuilt or half-built houses as collateral. The most marvelous spots for sightseers in the three cities today are the magisterial buildings erected in the so-called founder period.

But the economic fundamentals were shaky. Wheat exporters from Russia and Central Europe faced a new international competitor who drastically undersold them. The 19th-century version of containers manufactured in China and bound for Wal-Mart consisted of produce from farmers in the American Midwest. They used grain elevators, conveyor belts and massive steam ships to export trainloads of wheat to abroad. Britain, the biggest importer of wheat, shifted to the cheap stuff quite suddenly around 1871. By 1872 kerosene and manufactured food were rocketing out of America’s heartland, undermining rapeseed, flour and beef prices. The crash came in Central Europe in May 1873, as it became clear that the region’s assumptions about continual economic growth were too optimistic. Europeans faced what they came to call the American Commercial Invasion. A new industrial superpower had arrived, one whose low costs threatened European trade and a European way of life.

Het Financieele Dagblad:
De Lange Depressie was zeker niet een puur Amerikaans fenomeen. Een deel van het probleem dat leidde tot de ‘Paniek van september 1873’ lag in Europa. Het begon allemaal rond 1870 met de oprichting van overheidsinstellingen in zowel Oostenrijk-Hongarije, als Duitsland en Frankrijk ter stimulering van de woningbouw in Wenen, Berlijn en Parijs. De steden moesten de kosmopolitische uitstraling hebben die bij een moderne staat hoort, zo was de gedachte. Projectontwikkelaars konden tegen een spotgoedkoop tarief geld lenen bij de Freddie Macs en Fannie Maes van die tijd. Al snel waren de drie hoofdsteden in de ban van een enorme bouwwoede. De prijs van bouwland snelde er omhoog en dat was voor particuliere financiers aanleiding om de projectontwikkelaars van nieuw krediet te voorzien. Daarbij dienden de veelal nog maar half afgebouwde woningen, of zelfs alleen maar de tekeningen van nieuwe woningen als onderpand.

Het duurde niet lang voordat de zeepbel die geblazen werd barstte. De vraag naar de statige gebouwen die nog altijd Wenen en Parijs kenmerken, was lang niet zo groot als verwacht. Sterker, het hele economische fundament in Europa was veel wankeler dan gedacht. Want juist in die tijd kwam er een kracht opzetten die we nu globalisering noemen. Terwijl Rusland en Oost-Europa met middeleeuwse productiewijzen Europa van graan voorzagen, zetten de boeren in de VS alle nieuwe productiemiddelen in die tot hun beschikking stonden. Vanaf het begin van de jaren zeventig begonnen ze hun graan met grote stoomschepen naar Europa te exporteren en al spoedig werden de Europese boeren finaal weggeconcurreerd. Met de productie van vlees gebeurde hetzelfde en toen ze leerden hoe ze kerosine uit ruwe olie moesten raffineren, was vlak daarna de Europese koolzaadindustrie uitgeteld.


Scott Reynolds Nelson:
As continental banks tumbled, British banks held back their capital, unsure of which institutions were most involved in the mortgage crisis. The cost to borrow money from another bank — the interbank lending rate — reached impossibly high rates. This banking crisis hit the United States in the fall of 1873. Railroad companies tumbled first. They had crafted complex financial instruments that promised a fixed return, though few understood the underlying object that was guaranteed to investors in case of default. (Answer: nothing). The bonds had sold well at first, but they had tumbled after 1871 as investors began to doubt their value, prices weakened, and many railroads took on short-term bank loans to continue laying track. Then, as short-term lending rates skyrocketed across the Atlantic in 1873, the railroads were in trouble. When the railroad financier Jay Cooke proved unable to pay off his debts, the stock market crashed in September, closing hundreds of banks over the next three years. The panic continued for more than four years in the United States and for nearly six years in Europe.

Het Financieele Dagblad:
In september 1873 dondert het kaartenhuis ineen. Aanleiding is een plotselinge forse stijging van de tarieven op de geldmarkt, waardoor de spoorwegmaatschappijen de handdoek in de ring werpen. Snel blijkt dat het onderpand van de producten van Jay Cooke waardeloos is geworden. De crediteuren van de bank eisen hun geld op. Het bedrijf gaat bankroet, vervolgens gaan de instellingen die geïnfecteerd zijn met de producten van Jay Cooke onderuit. En wanneer Wall Street nog diezelfde maand ook tegen zware verliezen op loopt, worden nog eens honderden andere banken het gat in gezogen dat Jay Cooke met de spoorlijnen heeft gegraven.


Scott Reynolds Nelson:
Between 1873 and 1877, as many smaller factories and workshops shuttered their doors, tens of thousands of workers — many former Civil War soldiers — became transients. The terms “tramp” and “bum,” both indirect references to former soldiers, became commonplace American terms. Relief rolls exploded in major cities, with 25 percent unemployment (100,000 workers) in New York City alone.

Het Financieele Dagblad:
Het is het begin van de Lange Depressie. Door het failliet van alle banken komt de kredietverlening tot stilstand. Bedrijven met schulden of bedrijven die voor hun financiering afhankelijk zijn van de geld- en kapitaalmarkten, gaan stuk voor stuk ten onder, inclusief 57 handelsfirma’s op Wall Street en 89 spoorwegmaatschappijen. De werkloosheid loopt in de industriegebieden op tot ruim een kwart van de beroepsbevolking. Een stad als New York wordt het speelveld van bendes en overal in het land duiken zwervers op die vanaf dat moment tramps en bums worden genoemd.


Scott Reynolds Nelson:
In Central and Eastern Europe, times were even harder. Many political analysts blamed the crisis on a combination of foreign banks and Jews. Nationalistic political leaders (or agents of the Russian czar) embraced a new, sophisticated brand of anti-Semitism that proved appealing to thousands who had lost their livelihoods in the panic. Anti-Jewish pogroms followed in the 1880s, particularly in Russia and Ukraine. Heartland communities large and small had found a scapegoat: aliens in their own midst.

Het Financieele Dagblad:
In Oost-Europa werd ondertussen vooral naar zondebokken gezocht. Die werden vooral gevonden in de joden, met grootschalige pogroms tot gevolg. Maar daar houdt de vergelijking met de crisis van nu op.


Scott Reynolds Nelson:
In fact, the current economic woes look a lot like what my 96-year-old grandmother still calls “the real Great Depression.” She pinched pennies in the 1930s, but she says that times were not nearly so bad as the depression her grandparents went through. That crash came in 1873 and lasted more than four years. It looks much more like our current crisis.

Het Financieele Dagblad:
‘Mijn oma vertelde geregeld over de ellende in de jaren dertig’, schrijft historicus Ron Chertow in zijn boek over de grote bankier John Pierpont Morgan. ‘Ze zei er echter wel altijd bij dat het wel meeviel vergeleken met de ellende die háár oma moest doorstaan.’


Scott Reynolds Nelson:
When commentators invoke 1929, I am dubious. According to most historians and economists, that depression had more to do with over-large factory inventories, a stock-market crash, and Germany’s inability to pay back war debts, which then led to continuing strain on British gold reserves. None of those factors is really an issue now. Contemporary industries have very sensitive controls for trimming production as consumption declines; our current stock-market dip followed bank problems that emerged more than a year ago; and there are no serious international problems with gold reserves, simply because banks no longer peg their lending to them.

Het Financieele Dagblad:
Toen was er een enorme overproductie in de landbouw. Nu kampen we met een voedseltekort. Ook de industrie maakte destijds veel meer producten dan waar vraag naar was, simpelweg omdat de lonen veel te laag waren. Bedrijven bouwden daarom steeds grotere voorraden op. Met de huidige voorraadbeheersystemen is daar nu absoluut geen sprake van. Bovendien zijn de lonen nu zo hoog dat er eerder een gebrek aan producten is. Een blik op de relatief hoge inflatiecijfers maakt dat nog altijd duidelijk.

Verder zijn er nu geen grote industriële naties, zoals Duitsland, die jaarlijks miljarden aan herstelbetalingen moeten betalen aan de overwinnaars van een wereldoorlog. En ook is er geen rigide Gouden Standaard waaraan de belangrijkste munten in de wereld zijn gekoppeld.


6 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

6 Reacties op “Pronkt FD-journalist met andermans veren?

  1. Marcel de Boer has simply translated my article and taken credit for it. My article was originally published in the Chronicle of Higher Education. It appeared online on October 1, 2008. see http://chronicle.com/temp/reprint.php?id=477k3d8mh2wmtpc4b6h07p4hy9z83x18

    That piece has been translated in many other places, see http://chronicle.com/news/index.php?id=5426&utm_source=pm&utm_medium=en
    but I have never seen it translated without a credit! Ask de Boer where he discovered that wheat and petroleum prices had anything to do with the panic (he can’t). Ask him who has compared Berlin, Austria and Paris and their related banking structures (no one).

  2. Elisa van Dijk

    Beste Factcheckers,

    Jullie doen heel goed werk! Dit komt de serieuze journalistiek ten goede.
    Luie, makkelijke en oneerlijke journalisten worden mede dankzij jullie (en oplettende lezers) als zijnde kaf van het koren gescheiden.
    Ga hier alsjeblieft mee door, dank.

    Elisa van Dijk

  3. Niet groen

    Beste factcheckers

    Nou zo lees je nog eens wat. Is dit geen plagiaat?
    Een paar maanden geleden, ergens in de zomer of zo, las ik een column van Thomas Friedman (‘The world is flat’) in de New York Times (www.nyt.com gratis toegang na aanmelden).
    Die begon zo: ‘Psssttt. Have you heard? ….’ daarna kwam er een ander nieuwtje. Vervolgens: Psstt have you heard… Nog een nieuwtje. En daarna zijn comentaar.
    Een leuke intro.
    Enige tijd later lees ik een 1-kolommer in de Groene Amsterdammer: die precies zo begint: Psst, … et cetera.
    Goed, dat is geen plagiaat omdat de inhoud van de column wel over iets anders ging. Toch hangt er iets ongemakkelijks aan het schaamteloos kopieren en toeeigenen van andermans ideeen.
    In casu FD zou ik zeggen: laat ze Scott Neslon betalen voor het gebruik van zijn werk, plus een schadevergoeding voor het ongemak van het plagieren van zijn werk.

  4. Arjo van der Gaag

    Tip voor de factcheckers: lees vandaag buitenlandse kranten, lees de volgende dag de Nederlandse kranten. Kan je lachen.

  5. Pingback: Amerikaanse professor eist rectificatie in FD « – FHJ Factcheck –

  6. Pingback: Amerikaans vakblad hekelt Het Financieele Dagblad « De nieuwe reporter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s